vrijdag 29 april 2011

Plannen

Metamorfose
van oorspronkelijk plan,dat
veroorzaakt de tuin



Vanmorgen opgestaan met het idee alleen maar binnen te werken. Het 'huishouden doen' zoals dat heet.
Vol goede voornemens begonnen. Babylief deed allerlei dingen waardoor ze wel drie keer in bad moest op één ochtend, ik bespaar je de onsmakelijk details. En zo zat ik met heel veel water dat ik ofwel kon laten weglopen rioolsgewijs of ... de tuin in kon sluizen... Want ook al regende het gisteren, vandaag blijft het alweer droog en onder de reuzespar is het ondanks de regen redelijk droog gebleven. We gebruiken alleen maar ecologische zeep, dus waarom niet? Tijdens Babyliefs dutje begon ik het bad te legen met emmers en met de kruiwagen de tuin rond te dragen. Ik weet niet of u al eens met een kruiwagen boordevol emmers boordevol water op een weidegrond boordevol molshopen hebt rondgereden, maar ik kan u verzekeren dat het ten eerste niet aan te raden is en ten tweede je er niet droog onder blijft.
Nu denk je misschien, oké beetje water rondbrengen in de tuin, jezelf afdrogen en verder met het huishouden... Mis, ik heb iets raars wanneer ik in de tuin ben. Meestal loop ik de veertig meter naar de achterkant van de tuin in een kwart minuutje, maar terugkeren... (het ligt niet bergop ofzo) kost me gemiddeld een uur. Altijd is er wel een plant die wat scheefzakt en bijgebonden moet worden, de composthoop die moet aangeharkt worden, een plant die ergens groeit waar hij beter niet zou groeien en die ik eerst in veiligheid wil brengen, onkruid die planten overwoekert, een verloren gelegd ei, een afgevallen tak, een ontsnapt konijn... etc... etc...
Ik las in een buiten-boekje dat je gemiddeld op een uur per dag moet rekenen om in de tuin te werken wil je jezelf een tuinier noemen en een tuin en moestuin hebben in plaats van een gazonnetje omzoomd met wat bodembedekkers. Ik begrijp niet dat ik nu nog niet de mooiste tuin van België heb want ik heb de hele winter door gemiddeld een uur per dag in de tuin gewerkt (gemiddelde vooral behaald door de verzorging van de neerhofdiertjes) en zit nu sinds het weer lekker en de lente er is gemiddeld acht uur per dag in de tuin. Kortweg van bij het opstaan tot het slapengaan.
Maar wat niet is, -die mooiste tuin- kan nog komen natuurlijk en het wordt mooier, elke dag. Het was een sterk verwaarloosde tuin en beetje bij beetje wordt het ... euh... tja wat eigenlijk?
Een biologisch-ecologisch-klimaatvriendelijk-ayurvedisch-landelijk-wilde-familie-en-diervriendelijke bloemen-groenten-fruit-tuin of zoiets?

donderdag 28 april 2011

Recht uit de hemel...

regen rijgt ruwe
diamanten aan elkaar
op ragfijne draad


Regen!

Recht uit de hemel
valt langverwachte regen
op de droge tuin




E*i*n*d*ë*l*i*j*k...

Ik had zin om in mijn blootje de tuin in te dansen en te zingen en dansen voor de weergoden. Na weken valt er eindelijk weer hemelwater op het gras, de bomen, de tomaten, de sla, de dille, de peterselie, de radijsjes, de goudbloemen, de rododendrons, de afrikaantjes, de dahlia's, de zonnebloemen...
De hele tuin slaakt een zucht van verlichting. Ik hoor het tot binnen. Hier ook worden zuchten geslaakt... eindelijk zal het weer eens lukken om wat huishoudelijk werk aan de kant te krijgen. Nu het tuinieren moet wijken door de regen... Er wacht was en plooi en strijk en rommelige kamers en papier en karton dat gesorteerd moet worden, rommeldozen die moeten geleegd worden, mugge-horren die moeten in elkaar gezet worden, een diepvries die moet ontdooid worden en verstelwerk, administratie en reparaties.

Maar nu het toch regent... is het niet het ideale moment om die reuzevaren die zich ontrolt in mijn moestuin nu eindelijk naar het bosje te verplanten? En is dit niet het ideale moment om de vijverrand af te werken en de tagetes die nog in losse potjes staan te verplanten?

Eindresultaat, de tuin ligt er alweer een stukje beter bij. Ik heb genoten van een weldadig stortbad met klei-behandeling (simultaan met sportieve inspanningen erbovenop) en de hoop was is nog een beetje hoger geworden.

Tuinieren is zo verslavend...

dinsdag 26 april 2011

Allium Ursinum (daslook of berenlook)

Berenlook of de
Allium ursinum rukt
op in de voortuin 

"Eet prei in maart en daslook in mei,
dan is men het hele jaar doktervrij."



Blijkt dat mijn hele voortuin vol staat met deze beschermde 'zeldzame' plant. De Allium Ursinum, ook de Daslook, Berenlook, wilde look of wilde ui.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Daslook

Het ruikt hier heerlijk gekruid look-ui-achtig. Net alsof iemand staat te koken. Leutig thuiskomen. Ook al weet ik dat het een illusie is dat iemand zou staan koken in mijn keuken. Toch geeft het een welkom gevoel.

Naar het schijnt aten beren zich rond aan deze plant na hun winterslaap. Vandaar de Ursinum in de naam.
Ik las verder dat het een beschermde plant is en dat hij niet mag uitgegraven worden, ik hoop dan toch dat dat niet op mijn tuin slaat want ik heb er meteen een heel pak verplant naar mijn moestuin achterin de tuin en een ander in een pot voor de vriendelijke mevrouw die me vertelde wat deze hemelse plant in de voortuin was en wat je er mee kan doen.

Bedankt lieve Martine!


nog een receptje:
daslookpesto: Ingrediënten:
120 gr daslook - 5 tenen knoflook - 100 gr geroosterde pijnboompitten - 12 el parmezaanse kaas - zout - gemalen peper - olijfolie.

Bereidingswijze:
De ingrediënten (behalve olijfolie), pureren. Beetje bij beetje de olijfolie toevoegen en goed mengen.

Jammergenoeg bloeien de bloemen al en kan ik de blaadjes niet meer oogsten zoals je kan lezen op

http://ecolonie.org/eco/nl/meewerken/projecten_en_ideen/plant_van_de_maand_daslook_-.php

daar staat in het rood een zeer onheilspellend zinnetje:

Let op: pluk de bladeren voor de bloei, na de bloei zijn ze giftig.

Ik kan het moeilijk geloven. Iemand op de hoogte hiervan?

zondag 24 april 2011

Mathilde

Het leeg nest syn-droom
is een nachtmerrie voor de
moegebroedde eend





Ze heeft zeventien eitjes gelegd en een maand lang warmgehouden, gekeerd, gelucht. In het begin van april waren daar nog echt heel koude nachten bij.
Broeden is zwaar werken, al je lichaamswarmte afstaan aan zeventien ijskoude eieren. Je krijgt er in eerste instantie niets voor terug en Mathilde nu achteraf gezien: nooit iets voor terug. Ze heeft uiteindelijk bij dag 'min drie' de eieren verlaten. "Drie dagen overtijd, ze komen niet meer," moet ze gedacht hebben. Ze liep wat uitgeput en verloren rond. Haar broedzak met een vreemde plooi in. Ze waggelde nu echt en misschien denk je dat dat normaal is voor een eend maar Mathilde is een loopeend en loopeenden hebben net geen waggel in hun gang. Ze lopen fier rechtop. Ik heb haar extra krachtvoer gegeven en zie... twee dagen later legt Mathilde haar eerste ei weer. Maar ze legt bewust geen nest, plompverloren ligt het ei midden op het pad, alsof ze niet weet dat je kan leggen in stro of hooi in één van de eendehuisjes. En ik zag toen Filip haar in de nek beet dat ze zich loswurmde en uit de voeten maakte in plaats van zich onderdanig onder hem te vleien. 
Sorry Filip, ze moet eventjes bekomen, vrees ik.
Arme Mathilde...

maandag 11 april 2011

Sprookjes

Op poppenpootjes
trippelt de kleine cavia
in haar bontjasje.



(Madelief Fazantje en baby Efteling)

Eventjes ertussenuit voor twee dagjes Efteling.
Ik ben een groot liefhebber van de Efteling en van Anton Pieck en van de boze wolf van de zeven geitjes maar ik had last van Tuinierstress. De eend op een nest, de cavia zwanger, jonge sla en perkplantjes in de grond en geen regen in zicht...
Na bakken water (en voeding) voor de konijnen, cavia's, kippen, eendjes en planten gegeven te hebben zijn we min of meer gerust vertrokken. De volgende nacht was het al te donker om een kijkje te gaan nemen en de dag daarna zag ik dat het hier ook een beetje sprookjesland was: de sla gegroeid als kool, alle perkplantjes goed aangeslagen en de cavia's hadden er een kleintje bij: Efteling.

donderdag 7 april 2011

Kerselarenrijmelarij

Kersenboomhaiku
dichter bij Japan lukt me
deze lente niet.




Bloeiende kersenbomen en Japan. Voor mij is dat bijna synoniem. Ook al studeerde ik in Japan in het seizoen dat de kersenboom niet bloeide, toch is en blijft de bloei van die boom naast het collectieve ook mijn individuele symbool voor Japan. Alle poëzie, plastische kunstuitingen, rituelen waarover ik geleerd heb terwijl ik er was beroemen de bloesems.
En ook al is het al meer dan tien jaar geleden dat ik in Japan was en ook al geraak ik er wellicht nooit meer, ik heb nu toch een stukje Japan in mijn tuin.

donderdag 31 maart 2011

Broeden is geen eitje

En dat is ook lente.

Twee dagen geleden zat Mathilde al eens op haar eitjes maar ze maakte nog lange wandelingen tussendoor en nam graag een uitgebreid bad enzo. Hennetje Josphine loste af met haar omdat ze zo graag mama wil zijn. Hormonen... daar kan je niets aan veranderen. Maar we hadden niet op Filip gerekend die de stier bij de horens pakte of beter gezegd: de eend bij haar broedzak. Je hoorde hem zeggen: "Vrouw, zet je zelf op je eieren. Straks komen die eendjes uit en moeten ze leren zwemmen van een kip. Dat wordt mooi."
Hij jaagde Josephine verschillende keren van het nest, iedere keer hardhandiger en kwaakte dat Mathilde erop moest blijven.
Ze is beginnen broeden op achttien eieren. Op een dag vond ik een gebroken, leeggeslurpt ei. (ekster, wezel, bosuil?) Maar nu is ze al acht dagen aan het broeden op de overige zeventien eieren, de wandelingetjes worden korter. Ze zit bijna constant op haar eieren. Ik hoop dat het haar lukt. Zeventien eieren warmhouden is geen eitje. Ze moet ze ook keren op tijd en 's nachts durft het nog eens een paar graden te vriezen. Ik geef haar extra krachtvoer want ook al ziet het er vredig uit en rustig, broeden is een grote inspanning.



Eivol met leven
prenataal warmgehouden
toekomstige eend.

donderdag 24 maart 2011

Waarom gemakkelijk als het moeilijk ook kan?

Mijn hennetje Josephine is hoogbegaafd. Daar ben ik zeker van. Ze herkent me, ze snapt dat ik eten bij heb en dat ze het niet krijgt voordat ik bij de voederplek kom. Ze weet dat ik haar eieren neem en niet die van eend Mathilde omdat zij moet broeden. Daarom legt hennetje Josphine in het nest van eend Mathilde en stopt ze haar ei diep onder het stro omdat ik ze niet zou vinden. Zielig eigenlijk zo hoogbegaafd zijn...

Maar mijn loopeenden, Filip en Mathilde die zijn niet zo slim. En dat is soms nog zieliger... Vandaag heb ik hun schelp-badje, uitgewassen en hervuld. Omdat ik grote werken aan het uitvoeren ben in het hoenderpark en nog wat snoeiwerk had, heb ik er meteen ook een afsluiting aan de noordkant bij gemaakt om het badderen wat beschutter te maken.


Maar Filip vond/herkende de waterschaal niet meer.





















Dan maar ergens anders water zoeken...
en toen hij hem eindelijk vond, begreep hij niet hoe hij bij het water moest geraken.





















Je zag hem denken; "Waarom maakt mijn mens het mij altijd zo moeilijk?"

vrijdag 18 maart 2011

Zeg het met bloemen


Bloemen uit de tuin
stukjes zon op een steeltje
 lente in een vaas



Ik denk niet dat iemand twijfelt aan mijn liefde voor bloemen.
Zelf was ik me daar eerst onbewust van.
Iemand wees me erop.
En dan nog iemand
en nog iemand
en nog iemand...
Ik draag bloemenjurken, bloemenjasjes, bloementuinlaarzen en bloemenparaplu, ik slaap in bloemenbeddegoed, eet uit een bloemenservies... Draag juwelen met bloemen, schrijf over bloemen...
Omdat het zo natuurlijk kwam en geen pose of attitude was die ik me aangemeten had, was ik me er niet bewust van.
Nu hou ik van een tuin die barst van uitzinnige vreugde, bloemen in alle kleuren en vormen en geen gedoe over wat bij wat past. 't Is de natuur. Het zoekt zelf wel zijn weg. Op die manier leg ik mijn tuin aan, mijn enige inbreng is verliefdheid. Ik plant, zaai, zet meestal dingen waar ik verliefd op ben en als dat nu net tagetes, dahlias, zonnebloemen en calendula's zijn, dan helpt geen goedbedoelde kritiek of modebewust advies. Ik zaai, poot, plant eerste bloeiers en laatste bloeiers om zolang mogelijk bloemen te hebben in de tuin. Ik plant/zaai/poot altijd hele bossen snijbloemen en toch... afknippen doet me altijd een beetje pijn. Maar als er dan zo'n hevige wind als gisteren is en ik zie geknakte narcissen liggen dan ben ik blij een bosje binnen te kunnen zetten.
Het brengt een beetje zon in huis.

donderdag 17 maart 2011

Working Class Hero

Je bent hoogstwaarschijnlijk op de hoogte van de vreemde definities van smaken en geuren die wijnkenners gebruiken om wijn te beschrijven.
Maar hoeveel van jullie, tuinier of niet, zijn op de hoogte van volgende beschrijving voor de geur van een Dahlia ofte de Working class hero van de tuinbloemen?
Dahlia's hebben de geur van een mistroostige slecht geneukte boerendochter. (*) Ik laat het volledig aan jullie verbeelding over om bij die geur iets te fantaseren. (vooral het adjectief prikkelt de nieuwsgierigheid.)
Maar hoe die 'ordinaire' bloem die volledig uit de mode is in de moderne tuinen er uitziet daar kan ik wel mee helpen. Ze variëren van grootte tussen een hand en een kinderhoofd. Ze bestaan met een hart en daarrond bloemblaadjes zoals een kind bloemen tekent of in weelderige bolvormige bloemen vol buisblaadjes. Er bestaat een variant die eruitziet als een reuze roze zonnebloem maar meestal is het kenmerk van een bosje Dahlia's dat ze er eruitzien als een explosie van kleuren. Het is vooral dat wat ze 'ordinair' maakt. Niet iedereen wil een bloementuin als in een kinderboek, een working-class-hero-bloem in zijn tuin.

In Engeland doen ze niet mee aan dat soort snobisme en planten ze hele kasteeltuinen vol met deze adembenemende bloemen. Het feit dat ze na de bloei moeten uitgegraven worden om vorstvrij te overwinteren maakt ze ook weinig populair. Maar ik waag me er toch aan.
Kom over een paar maanden eens terug wanneer ze in volle bloei staan. (of klik hier)
Voorlopig zien ze er zo uit:

(tussen de bollen van alle andere zomerbloeiers die nu samen het
aantal bollen op achthonderdzestig brengen in de bloemenborder.)

Dahlia, als het
carnaval in Rio ben
je, in kleur en geur.




Beschrijving Dahlia-geur: Paul Geerts: Een tuin om in te lezen, p46

dinsdag 15 maart 2011

Tuingedachte

Ekster in de boom
het is niet al goud wat blinkt
denkt de goudwinde




donderdag 10 maart 2011

Vintage

Schoenen zo goed als
nieuw, veel beter eigenlijk
want ingelopen.


Ik heb ooit een handleiding geschreven over Vintage. Kledij, wel te verstaan. De handleiding diende voor mensen die oude vodden uit kledij-containers sorteren en die een beetje informatie nodig hadden - een soort mini-opleiding om te voorkomen dat er schatten werden weggegooid. Het ging over letten op labels en stiksels om te onderscheiden of ze handgemaakt waren, design-klassiekers of van voor een bepaalde datum. Ritsen, zigzag-zomen, nylon stoffen en vanaf wanneer die bestonden. Zulke zaken...

Ik heb toen een kleine enquete gehouden bij mensen in mijn onmiddellijke omgeving over wat ze leuk vonden aan vintage en de resultaten waren verrassend. Er zijn mensen die zeer negatief reageerden op "oud-gerief-van-iemand-anders". Ik had dat niet verwacht. Noem me naïef.
Kunnen ze dan ook niet genieten van oude gebouwen, antieke meubels? Tweedehandsboeken? Ik vroeg het na en inderdaad, je kunt de lijn doortrekken.

Ik ging nog een stapje verder en schreef dat jaar mijn nieuwjaarswensen met een stift op stukjes blik van frisdrankblikjes en ging er een grote donsveer van mijn zijdehoenders uit de tuin aan. Recycle, weet je wel (de tekst was overigens: ik wens je een ijzersterk en donzig zacht jaar toe.) Diezelfde mensen die vintage/antiek/tweedehands niet kunnen smaken, reageerden ook hier niet honderd procent positief. Tweemaal, 2 X (!) kreeg ik te horen: "Hoe heb je die dingen ontsmet?"

Persoonlijk word ik vooral verliefd op vintage, tweedehands in de dure en niet dure variant.
Voor mij is het maar echt als het een beetje versleten, belegen, verbleekt is. Ik maak uitzonderingen (sokken en ondergoed bijvoorbeeld) maar voor de rest hou ik van dingen waar een ziel in zit. Iets wat al eens bezield geweest is, geliefd eigenlijk.

Vandaar mijn liefde voor de Dordogne waar al die rustieke, kleine dorpjes brocante marktjes hebben. En je bij elk stuk die je koopt het gevoel hebt dat je een vondst hebt gedaan, een uniek stuk hebt gevonden. Of het nu een lange gebreide jas is of een paar oude rijglaarsjes, een geborduurde stoel of een Wedgewood theepot.

We hadden een bevriend koppel, ze zijn nu uit elkaar want er zat wat sleet op hun relatie en laat dat nu net zijn waar ze een hekel aan hebben. Sleet. Hun hele huis was ingericht als een Tupperware-potje. Een splinternieuw Tupperware-potje. Geplastificeerde vloer of zo zag het er toch uit, en de muren wit, het plafond wit. Soit, je ziet het voor je. Alle meubels in polyester, wit natuurlijk. Ik heb nog nachtmerries van die keer dat mijn lief door met zijn voeten te slepen, twee zwarte strepen had gemaakt op hun vloer en de trucjes die we moesten uithalen om die strepen weg te krijgen voordat ze het zouden opmerken. Het enige kleur in hun huis waren hun metertje boeken en cd's die op kleur stonden gesorteerd. (want zelf droegen ze altijd zwart).

Ons huis vonden ze chaotisch (al lachend), een 'samenraapsel' (beetje spottend) en fané (beetje uit de hoogte). Brocante noemden ze 'betaald grofvuil', verzamelingen (platen, boeken, porseleinen danseresjes, vintage-schoenen) noemden ze 'rommel' en erfstukken 'ballast'.

Als iets een beetje sleet had, moest het buiten, vandaar hun scheiding. Ik hoorde achteraf nog dat er een hele dure koffiekan aan scherven is gegaan tijdens de verhuis omdat er een conflict was over wie die zou meenemen. De koffiekan was heel strak, verschrikkelijk onhandig om mee te schenken en peperduur dus kreeg het een designlabel.
Het is ondertussen jaren geleden en ze zijn nog allebei alleen.
Het moet niet meevallen met een absolute voorliefde voor 'nieuw' iemand te vinden zonder ballast...



't Waren je schoenen
zei mijn lief en hij gaf me
nog een voetkusje.

dinsdag 8 maart 2011

Het is wetenschap​pelijk bewezen: Zen is lelijk (en slecht voor je 'ecologisc​he voetstap'.)

Oef, ben ik opgelucht. Precies op vrouwendag kom ik te weten dat mijn intuïtie correct is. John Zeisel, Alzheimer specialist en schrijver van het boek  Inquiry by Design heeft het wetenschappelijk aangetoond: onze hypothalamus wordt aangezet om stresshormoon aan te maken en uit te zenden in koele, lege ruimtes. Dat geeft ons een gevoel van onbehagen. Bij iedereen dus en niet alleen bij mij.
Dat is heel gemakkelijk te verklaren en dat doet John Zeisel ook. Dat komt omdat wij mensen, referenties nodig hebben om geluksgevoel op te roepen. Hoe meer impulsen we krijgen, hoe meer er gerefereerd wordt aan ons geheugen en hoe groter de kans om blij te worden. Dat verklaart waarom we ons soms in een huis heel goed voelen, ook al staat er niets dat we zelf zouden kopen.
Het is complex maar wat we zeker weten is dat het te maken heeft met endorfine die vrijkomt in onze hersenen en dat het gevoed wordt door spullen die in de kamer staan. Bloemen doen dat bijvoorbeeld met iedereen en verder hangt het af van je opvoeding en je herinneringen of boeken, muziekinstrumenten, schilderijen of andere parafernalia dat ook doen.
Dus vanaf nu geen schroom meer: zet je leefruimte vol rozen, kristallen lusters, schilderijen, boeken, orchideeën, foto's, prenten, kunstzinnige meubels bij wijze van humoristische toets een design-klassieker, kortom dingen die je zelf om je heen wil. Dus geen decor van een binnenhuisarhitect die van de eetplaats tot en met de schakelaar uitgekiend is en op elkaar afgestemd.
De Design-apostels, strakke design aanhangers of Zen-masters mogen hun eenvoud preken en hun zwart-wit schema 'gedurfd' afwisselen met een artistieke toets rood of alles in 'greige'* verven, blij zullen ze er niet van worden.

En wat die ecologische voetstap betreft: in een strak, koel interieur ben je sneller geneigd de verwarming een graadje hoger te zetten, need I say more?

* greige, een samentrekking van grijs en beige waarbij de twee kleuren strijden om de aandacht en elkaar vinden in een smaakvol compromis. Definitie 'greige' volgens Jo de Poorter in zijn interieurboek.




Een huis heeft muren
een thuis: muziek, boeken en
spullen van jezelf.

maandag 7 maart 2011

De porseleinkast

Bevroren in een
eeuwige lente staat het
porselein in bloei.



De porseleinkast, het woord alleen al. Het is een archetype van een meubel, de hoofdrol in twee spreekwoorden en vele, vele, vele eetkamers door de eeuwen heen.
Ik heb er een.
Het was een meisjesdroom van me. Of ik nu met mijn antropoloog tussen de aboriginals zou wonen of bij de Delaware-indianen of met mijn huidig lief in een herenhuis in de stad of in een gerenoveerd landhuis op het platteland. Dat zou er niet toe doen, een porseleinkast zou er zijn.
En het is dus een porseleinkast in een herbouwd landhuis op het platteland geworden. Een meevaller want om nu al dat porselein naar Australië of Amerika te verhuizen...

De kast zelf verandert nogal eens van kleur maar is op dit moment wit aan de buitenkant en crème aan de binnenkant. En hij (kast is mannelijk, denk ik, een kast van een vent? Nee?) staat vol met hoofdzakelijk serviezen, koffie-, eet-, thee-, gebakjesserviezen. Ik wil ze niet op een hoop zien, de calorieën die daar een tussentijds verblijf hadden voor ze zich op mijn heupen hebben vastgezet. Soit, ik heb van elke hap genoten dus ik moet nu niet kniezen. Tussen al dat serviesgoed staan kleine kunstwerkjes van porselein. Zoals mijn porseleinen engeltjes-servet-houders van Mexico, maar ook het lezende meisje, broer en zus en het markiezenkoppeltje die mijn kinderen voor me gekocht hebben op rommelmarkten en in brocanterietjes. Ik weet niet eens of ik ze mooi zou vinden in het andere geval maar omdat ik ze kreeg van mijn zesjarige dochtertje en mijn achtjarige zoon zijn ze voor mijn de schoonste dingen die ik in mijn kast zou kunnen zetten.

En met de theorie in het hoofd van John Zeisel, zie andere post, heb ik nu eigenlijk een gigantische dosis schoonheid hier in huis. Die mij bovendien gigantisch gelukkig kan maken. (En gigantisch dik, maar daar ga ik nu niet over zeuren, ik heb genoten van elke hap.)



donderdag 3 maart 2011

Tuinieren, een ideale voedingsbodem voor filosofie

Zonder woordenschat
fluisteren bamboestengels
over het voorjaar.


Vandaag, dag negen tuinieren.
De winter heeft lang genoeg geduurd en ik verlang naar buiten zijn van de eerste minuut die ik terug binnen spendeer. Maar er zijn natuurlijk de kindjes, de baby, de man, die allemaal ook gesoigneerd moeten worden. En ik merk: hoe mooier mijn tuin wordt, hoe meer het huis een stort wordt. Als bovengenoemden mij niet constant achter de veren hebben, verslonst de boel binnen één dag.

Maar mijn tuin roept, zingt, verleidt me.

Het is een nogal grote tuin en vooral een tuin met veel tuinkamers waardoor het bijna een fulltime job is in deze periode van het jaar. (We hebben ze allemaal een naam gegeven voor het gemak en ze hebben elk hun eigen zorgen.)
Het Hoenderpark, meestal grondig gewied door de neerhofdieren zelf maar de netels komen nu op en die laten ze staan. Netels voor blijven is de boodschap.
In de Schaduwtuin staat alles om een snoeibeurt te schreeuwen en hangt er nogal wat oud hout in de struiken (maar aangezien het een schaduwtuin is, ben ik niet zo geneigd bij de nog dunne temperaturen daar mijn uurtjes buitenlucht te spenderen).
The Tea-Garden is compleet overgroeid door veel te grote vlinderstruiken, De Watertuin in pré-aanleg, het gazon is nog weiland, De Boomgaard wacht op warmer weer om te snoeien, de veel te grote omwalde compost-hoop moet moestuin worden en Het Wildernisje moet een opslagruimte worden, The Woodland begint af te geraken.
De Voortuin, opgedeeld door het tuinpad in De Bloementuin en De Aperitief-tuin, daar ben ik nu volop van aan het genieten. Die zie je dag bij dag mooier worden. Omdat de voortuin redelijk groot is (zo groot als mijn volledige tuin vroeger) ben ik die nu aan het herinrichten zodat we er de hele zomer kunnen doorbrengen, eethoekje, zithoekje, leeshoekje... Het valt me op dat ik altijd veel rustplekken in de tuin maak en er dan eigenlijk nooit ga zitten. Want in een tuin wil ik bezig zijn. Ik wil snoeien, planten, begieten, bloemknoppen opruimen maar niet zitten. Maar het geeft wel rust, al die gezellige hoekjes en 't is praktisch wanneer er bezoek komt.
Tijdens het wieden van de strook naast het tuinpad deed ik een wijze vondst;


Men beweert toch altijd dat tuinieren een ideale voedingsbodem is voor filosoferen en van poëzie?

(Die groene papiertjes met wijsheden zijn geen onbekende voor mij, ik heb er 25 gemaakt en in piepkleine rolletjes ingepakt bij wijze van adventkalender voor mijn lief. Elke ochtend bij het ontbijt las hij er eentje die hij toen bijhield de rest van de dag. Toen het Kerst was, had hij er maar 24 meer over, hij moet er eentje in zijn broekzak gestopt hebben en verloren tijdens het uithalen van zijn sleutels ofzo... Een paar maanden in regen en wind buiten, hebben er dit van gemaakt.)
Maar het is nog altijd waar.

maandag 28 februari 2011

Eendjes

Eenden doen cirkus-
toeren op en met mekaar.
't Is bijna voorjaar!






'Ze' (kip en eend) leggen nu eindelijk hun eieren in een nest. Alleen spijtig genoeg in hetzelfde nest. Ik voorspel dat dat straks voor problemen zal zorgen als onze eend zal beginnen broeden...

vrijdag 25 februari 2011

condens

namen en hartjes
op de beslagen ramen
condens-romantiek




donderdag 24 februari 2011

Komt ze nu of komt ze nu niet?

bescheiden voorjaar
bloeit bijna onopgemerkt
uitvergroot door mij
Komt de lente?

Tegenstrijdige berichten over sneeuw die nog zal komen, en temperaturen die de ene keer aangenaam boven het nulpunt liggen en andere keren er een heel stuk onder.
De ene dag moet ik het water voor de dieren ontdooien, de andere keer kan ik gerust een uurtje blijven plakken bij de beestjes en wat opruimwerk doen in de hokken.
Zoals vandaag. Heel vreemd. Het zag er koud uit en grijs en wat donker maar het was met een trui aan aangenaam tuinieren. (Terwijl gisteren de zon scheen en de temperatuur onder nul lag.)

Tuinieren is misschien veel gezegd want wat ik vooral deed was Mathilde achternazitten die behalve geen moedergevoel ook nog eens moeite heeft om bij haar woerd te blijven. Mathilde is een loopeend.
Ze was van de tuin afgeraakt (uit het ren, uit de achtertuin, uit de voortuin en van de oprit af op straat, dat zijn vier (!) poortjes en poorten die mijn teergeliefde man en kinderen tegelijk hebben laten openstaan.

Filip, haar man is veel verstandiger en die was haar wel gevolgd maar dat laatste poortje was er teveel aan. Hij bleef in de voortuin en kwaakte heel ongerust maar ook wel troostend. Ik bedacht dat het leek alsof hij zei: "Mijn eendje toch, waar zit gij nu? Kom naar hier, ge hebt al zot genoeg gedaan. Straks komen er kleintjes en wat als ze horen hoe hun moeder was zo op de valreep van het moederschap."

Mathilde deed alsof ze het niet hoorde en genoot mateloos van haar vrijheid, ze dronk uit plassen regenwater in het midden van de veldwegel. At gras op het veld aan de overkant.
Filip lokte haar met zachte keelgeluidjes. Ze kwam daar gelukkig telkens weer op af. En denk nu niet dat Filip een doetje is want ik heb hem gezien terwijl hij Mathilde bevruchtte en het was niets om jaloers op te zijn. Hij drukte Mathilde bijna plat, beet in haar nek en wanneer ze probeerde te kwaken, duwde hij haar snavel keihard tegen de grond.
Maar nu was die macho toch zo ongerust over zijn losbandige vrouwtje.
Na anderhalf uur, had ik haar eindelijk te pakken en vooral dankzij het lokgeroep van Filip heb ik haar niet alleen in de tuin maar meteen ook in het ren gezet.

In de winter mogen de eendjes wat mij betreft vrij rondlopen waar ze maar willen, als iedereen maar de poorten sluit.  Nu waag ik me er niet meer aan, vooral omdat ik ook ontdekte dat Mathilde haar eieren overal legt waar het haar uitkomt, of moet ik zeggen waar ze uit haar komen.
Op het midden van een graspleintje, op een terras in een modderpoel.
Ze is niet echt een moedertje.





Ik maakte de rest van de namiddag zo aantrekkelijk mogelijke nesten en foto's van de bloemen in de tuin want ook al is het nog winter, ik wil zo graag dat het al een beetje lente is...
     
   


zondag 20 februari 2011

Roze of blauwe Hydrangea?

De hydrangea
staat blauw van de kou buiten
bevroren op wacht

Overmoedig door een paar zachte dagen en de voorjaarsbloeiers die vrolijk uit de grond komen, heb ik nu al de pot met hydrangea's buiten gezet, heel verwelkomend aan de voordeur. Wachtend op de lente maar deze nacht heeft de vorst hard toegeslagen en nu zien ze eruit als te lang gekookte spinazie...
Mea Culpa...


donderdag 17 februari 2011

ontstuimig geweld

Duiven en eenden,
tienerkoppel op parkbank,
baltsend in de zon.




Onze duiven zijn weer hevig verliefd en ook onze eendjes voelen het voorjaar onder hun veren. Of zoals mijn dochtertje van zes zegt: "Albert en Paola (de duiven) en Filip en Mathilde (de eenden) doen echt vreemd. Eerst kussen ze, dan springt de een op de ander zijn rug en dan hebben ze ruzie want ze kijken elk naar een andere kant. Ze hebben het zotteke in, denk ik, omdat de zon schijnt."

Ik heb goede hoop op duifjes en kleine eendjes later dit voorjaar...
(straks een grote baal hooi kopen om nestjes te bouwen.)

woensdag 16 februari 2011

Voorjaarscadeautje

Krokus, paars met geel 
op een plek waar eerst niets was
voorjaarscadeautje



Zonnig en warm zelfs. Dus laarzen aan en de tuin in. Vandaag zal de creativiteit botvieren in de tuin. Na een winter met behoorlijk wat vriesschade beperkt de creativiteit zich vooral tot opruimen. Potscherven, overal. Alsof er iemand geschoten heeft op onze pottencollectie. Er blijft bitter weinig over van de zesentwintig veelkleurige keramiekpotten op het terras. De heel grote, in terracota en beton zal ik restaureren, de andere zullen dienen als grondstof voor heel wat mozaïek-projecten in het voorjaar en de zomer. Tijdens het opruimen bleek ook dat Mathilde zich creatief ge-uit hadden. Grote eende-eieren verborgen op de meest bizarre plekken. Alsof Mathilde niet wil haar verantwoordelijkheid opnemen. Zo zal ze nooit aan een hoopje eieren geraken die groot genoeg zal zijn om op te broeden. Het is ook nog een heel jong eendje.

Eitje hier, eitje
daar, maar waar zal Mathilde
haar nestje bouwen?

maandag 14 februari 2011

Graag zien

Kleine dingen die
grote emoties moeten
tonen, cadeautjes.



Zelfgemaakt en zelfgekocht.
Dochtertje van zes vroeg deze Valentijn aan twee lieve, lieve, lieve, lieve mensen of ze haar meter en peter wilden zijn. Peter en Meter zeiden "ja". Iedereen beetje emo en dan kwamen de pakjes op tafel; een kopje koffie en een paar oorbellen in een sausje uit Parijs. En een nog niet helemaal in kannen en kruiken belofte van een bezoekje aan de wereldstad, allemaal samen!
Nu we toch familie zijn <3

zondag 13 februari 2011

Rondleiding: de linnenkamer (NIEUW: met de lange versie van het verhaal!)

Stenen en muren
rondom geven ons een huis
het hart groeit er in.
Nu De Verhuis achter de rug is en kamer per kamer in Villa Liervinck stilaan zijn bestemming heeft gekregen, heb ik me voorgenomen per maand een kamer af te werken. 't Is misschien een te ambitieus plan maar dat zien we dan wel tijdens de uitvoering ervan.
En tegelijk spreek ik ook mijn eigen filosofie tegen, namelijk dat een huis in het algemeen en dus een kamer in het bijzonder nooit af mag zijn. Woonruimtes zijn een organisch gegeven. Die evolueert mee met de mens. En als de mens in een 'af' huis woont dan staat hij zelf ook stil want er is geen ruimte meer om te bewegen.

Net zoals de heremietkreeft zoekt de mens een schelp om zich in te verschuilen, te leven, te wonen dus. En als die schelp te klein is, gaat hij een grotere schelp zoeken. De mens heeft handigere ledematen meegekregen dan de heremietkreeft en slaagt er in de schelp in te richten en om te vormen tot het een persoonlijke schelp wordt, ontegensprekelijk. Gesigneerd van boven tot onder.
Maar net met dat signeren hebben veel individuen het moeilijk.
Voor de zekerheid kopen ze dan een boekje of veel boekjes en kopiëren ze een binnenkant. Want als het mooi is op papier dan zal het ook wel mooi zijn in het echt.
Voor wie?
Voor mensen die de binnenkant van je schelp komen bekijken?
Het is als een voorgedrukt boek tonen aan iemand en zeggen: "Jij mag mijn dagboek lezen".

En nu mogen jullie de binnenkant van mijn schelp zien. Ik begin met een belangrijk orgaan van het huis: De plek die dag en nacht in beweging is, waar alles wat vies is proper wordt gemaakt, waar de plooien gladgestreken worden en kreukels worden weggewerkt en waar het leven dus aangenamer wordt gemaakt, alhoewel dat natuurlijk relatief is, maar laat ons zeggen dat de medebewoners hun leven er aangenamer wordt gemaakt.
De linnenkamer zo je wilt...

Voor we binnengaan, eerst een woordje over kleur. Wit is te koud, steriel en te industrieel en eigenlijk alleen echt mooi in combinatie met oude of landelijke elementen. Dus de zielloze 'witgoed'-ruimte heeft kleur nodig! Alleen al omdat die grenst aan de keuken en als de verbindende deur openstaat,  het gevoel oproept van een openstaande ijskast.
Een warme kleur dus. Het werd ossenbloed. Omdat het ossenbloed te overweldigend was en omdat ik eigenlijk enorm van decor hou is er nog het één en het ander bijgekomen.

Hoe de kamer geworden is tot wat hij is?

Het is een heel lang verhaal* maar ik vat het samen in een paar zinnen:
Het gaat over een man die onverwacht op zakenreis vertrekt, een briefje van de politie over een inbraakgolf, twee bange nachten, insomnia, een atelier met alle verf die een hart kan begeren, een idee dat een beetje geïnspireerd is op mijn orïentaalse studies en een heel klein blauwgroen vogeltje.


* (het lange verhaal:) De Linnenkamer of wilde nachten
Die ochtend kondigt manlief aan dat ik vanavond niet met het eten moet wachten omdat hij pas zondagavond zal thuiskomen. Die ochtend was het donderdag en vier dagen met eten wachten is ‘erover’. “Belachelijk ‘erover’, zeg ik u.”
Hij had een punt.
Het begon zo: manlief moest drie dagen teambuilden. Met zijn werk wel te verstaan! Alhoewel met zijn gezin meer nut zou hebben. Ten eerste om te leren dat je zoiets op tijd moet aankondigen. Dus niet de ochtend van het vertrek. Ten tweede omdat manlief toch al het contract van zijn volgende Jobhopstopplaats getekend heeft. De reden waarom hij met zijn ex-collega’s in spé moet teambuilden ontgaat me volledig.
Na het beantwoorden van de vragen; hoe? Wat? Waarom?  Staakt manlief het ‘oeverloos gepalaver’ (dixit hijzelf) om zich met spoed in de files te gaan storten.
“Euh, je zou toch de kindjes naar school brengen in het voorbijrijden?”
“Sorry! Geen tijd daarvoor,” zegt manlief. Jasje goed? Dasje Goed? Aftershave oké? Schoenen geblonken? Thermos koffie. Boterhammen in een papiertje en een stapel cd’s onder de arm om de tijd in de auto aangenaam te passeren. Het gemak waarbij het sterke geslacht prioriteit kan geven aan hun job. Fenomenaal. Moest ik werkgever zijn, ik nam alleen mannen in dienst!
Premissen:
Ik ben de baby aan het voeden in nachtkledij dat een bepaalde grens van slijtage heeft bereikt, mijn haar zit in dreadlocks die ik er onbewust ingemaakt heb door gisteren achtmaal een vestimentaire truc te doen met een wollen trui en sjaal tijdens mijn woensdagse chauffeur-taken in de ijzige kou.
Dochterlief vertrekt over een halfuurtje STIPT naar Antwerpen. STIPT, zo staat het in het briefje van school. DE BUS WACHT NIET.
Terwijl ik mijn kleren aantrek, blijf ik de baby voeden (Gelieve dit ongracieuze beeld niet te visualiseren) en loop ik luidop het lijstje met “ingrediënten voor een geslaagde schoolreis” af.  Door dat te doen maak ik het één en ander wakker bij zoonlief. Onder andere dat hij ook zo’n lijstje in zijn hoofd heeft. “O ja, mama, ik moet twee plankjes van dertig centimeter, een schoendoos, een leeg garenklosje en een potloodstompje meenemen naar school vandaag.”
Ik weet niet hoe dat bij u is, maar ik vind zo’n dingen niet op één, twee, drie in huis, ook al heb ik een 'ateljeetje'. Maar er geschiedt een wonder in Villa Liervinck want tussen voeding en boertje heb ik met één hand, de andere ondersteunt babylief, alles gevonden. We racen naar school, althans dat was het plan, in realiteit rijden we net iets sneller dan stapvoets door de sneeuw. “Babyliefs’ eerste sneeuw” juichen de kinderen. Babylief wordt er niet warm of koud van. Net op tijd kan dochterlief de bus op gezwierd worden. Zoonlief kondigt aan dat hij de plastiek tas met “ingrediënten voor een geslaagde les plastische opvoeding”  vergeten is. Maar hij vindt nu wel het briefje. “Kinderen die niets meebrengen, mogen niet meeknutselen. Dit om te vermijden dat altijd dezelfde kinderen materiaal meebrengen.” Ik bereken hoe lang ik door de sneeuw mag rijden om nog eens drie keer dertien kilometer af te leggen en toch op tijd te zijn om babylief haar volgende voeding te geven. Dikke vlokken onderstrepen mijn gedachten. “’t Staat gewoon op de oprit. Je moet zelfs niet naar binnen,” zegt zoonlief behulpzaam. (Dat scheelt natuurlijk.) Tegen de middag ben ik dan eindelijk thuis (opnieuw) en kan ik babylief e-i-n-d-e-l-i-j-k uit haar pyjama redden, een verse luier geven en voeden. De ontbijttafel afruimen - help, ik heb zelf nog niets gegeten - vaatwas vullen, wasmachine vullen, droogkast vullen, wassen en plooien, strijken en repeat, fruitpap maken, geven, opnieuw verversen, eten voor vanavond uit halen, avond? Avond! ’t Is bijna vier uur! Naar school racen met sneeuwploeg-tempo, mijn verloren wieldop – na drie weken!- aan de overkant van een grachtje tegen een boom zien staan, half ondergesneeuwd, geen tijd nu. Kinderen van school halen, over grachtje springen om wieldop te nemen, Supermama genoemd worden, naar Colruyt racen, Collect en Go ophalen (Halleluja! Er is een God! Of toch een Godin, een huiselijke dan.) Thuis drie blérende kinderen uit de auto halen. Babylief; vieze luier, zoonlief; “Huiswerk is niet eerlijk, mama’s hebben dat ook niet”, dochterlief; “Ik ben moe en mijn teen jeukt al van in Antwerpen, ik kan niet stappen”.
De telefoon rinkelt al bij het binnenkomen. Ik neem snel op en sta met de baby op mijn arm in een plas dooiwater van mijn schoenen. Schoonmoeder: “Zeg, jij ligt de hele dag te slapen zeker? Ik heb de hele ochtend gebeld en nu alweer sinds vier uur.” Waarom ze uiteindelijk belde en me zo dringend nodig had, is me niet duidelijk maar dat ligt volledig aan mij want ik heb dat wel vaker wanneer ik telefoon krijg met een kolerieke babylief met zeer vieze luier op de arm terwijl ik auditieve uitdagingen van dit soort moet aanhoren: “Mama! Honger!” (x 100) en “Je MOET helpen met mijn huiswerk want alle andere mama’s doen dat. En niet naast me zitten zoals jij doet, maar zelf alles invullen, mama!”
Aan tafel gaat het lied gewoon door maar de tekst is anders: “Ik lust geen biefstuk met boontjes en rijst” “Je moet cola kopen, alle andere mama’s kopen cola!” Met andere woorden een hoogstaand tafelgesprek waarvan een mens zo opkikkert. Een glas fruitsap over de biefstuk. En na het eten van Biefstuk à l’ Orange door de kinderen, een berg afwas, huiswerk helpen maken, Laatste voeding voor de nacht voor babylief en een snelle hap voor mezelf. Kindjes in bad, pyjama’s, tanden poetsen en in bed - geloof me, het is sneller geschreven dan uitgevoerd - dan… dan, DAN!
De ultieme stilte, als een bominslag.
…
Vanavond ben ik dus alleen.
En vannacht ook, durven mijn hersenen voorzichtjes op gang komen.
Ik neem de stapel post door die ik binnengehaald heb. Briefje van de politie:
Uw huis is niet zichtbaar vanop de straat daar het verscholen ligt tussen begroeiing. U bent dus een gemakkelijk slachtoffer voor inbraken die in deze tijd van het jaar frequenter voorkomen. Zorg ervoor dat uw huis er bewoond uitziet en laat zoveel mogelijk licht branden.
 Juist ja.
En dan gaat de telefoon.
Ik plak tegen het plafond. Dat komt namelijk zo: ik ben doodsbang. Van vanalles en dus ook van alleen thuis zijn op een winternacht in een huis dat verscholen ligt tussen begroeiing. Alwaar ik een gemakkelijk slachtoffer ben voor inbraken die in deze tijd van het jaar frequenter voorkomen.
Ik neem de hoorn op. (Ja, ik heb nog een draad-telefoon met een hoorn) MANLIEF! Hij heeft net een diner gehad met alles erop en eraan “en de handdoeken in het hotel zijn zacht en het gezelschap aangenaam en bijzonder inspirerend” en of ik ook genoten had van mijn dag? “Oeps, ik bel je terug vlak voor het slapen, moet ophangen want iemand heeft me nodig.”
Iemand? Ja, hier! Ik!  Ik zit hier in een huis dat verscholen ligt tussen begroeiing. En ik ben dus een gemakkelijk slachtoffer voor inbraken die in deze tijd van het jaar frequenter voorkomen.
Wanneer ik de hoorn dichtleg, hoor ik gekras aan de achterdeur. En dan gebrom. Een lage stem die zacht iets vraagt. “Let op of er iemand aankomt, ik ga deze deur openbreken en dan sla ik de schedel in van dat madammeke en halen we het huis leeg.” Of althans zo klonk het. Zweet in mijn handen. Ik laat zoveel mogelijk licht branden. Alle buitenlichten (en geloof me, dat zijn er veel, de vorige bewoners hebben het dak vol geplaatst) staan aan. Een eredienst aan electrabel, of welke energieleverancier hebben we ook alweer? Ik zie een egeltje van de achterdeur door de sneeuw weg hobbelen. Brommend en knorrend. Moet die niet winterslapen? En hoe kan zo’n klein ding zo luid brommen?
Oké, de situatie is dus zo: ik doe vannacht geen oog meer dicht. Ik kan dus die wakkere uren beter nuttig invullen. Ik besluit te schrijven. (genietende glimlach) ideaal! Eindelijk een zee van tijd!
’t Is stil, niemand stoort, geen telefoon…
Ik installeer me. Laptop, zaklamp om me geen hartverzakking te schrikken in geval van elektriciteitspanne, een thermos thee en alleen nog wat appels om knabbelzucht en snoepbuien te vermijden.
Ik neem drie appels met één hand uit de fruitmand op de droogkast in de linnenkamer. Een appel rolt van de mand en achter de droogkast. Een honderdste van een nanoseconde overweeg ik ze te laten liggen. Maar hei! Ik ben een mama, de enige rol in een gezin die zich zoiets niet kan permitteren. Ik wil niet uit mijn rol vallen en probeer de appel te grijpen. Kan er net niet aan.
Ik trek de droogkast weg van de muur.
(…)
Mijn God!
(…)
Stof! Niet een beetje maar misselijk makend veel. Je kan het als het ware bijna oprollen en buitenzetten als een tapijt. We wonen hier nog maar acht maanden en het lijkt stof van tien jaar. Hoe is de situatie achter de ijskast en de wasmachine?
Ik begin witgoed te verschuiven. Oké, nu kan ik toch niet met een gerust geweten beginnen schrijven voor ik dit opgekuist heb. Vloertje dweilen, plinten afwassen… en nu ik toch bezig ben, muren en plafond eens onder handen nemen. De muren zijn nog ruwbouw. Wit pleister met graffiti van balpen. Teksten zoals ‘stopcontact 1’ en ‘buitenlicht schakelaar’ etc. Ik heb nog ergens witte verf voor retouches.
Ik weet niet hoe het bij u is, maar hier is het dus niet evident om zoiets terug te vinden. Ik vind wel steenrood. Ik besluit een klein stukje te proberen – tot manlief belt net voor het slapen zoals beloofd en dan zal ik beginnen schrijven.
Vier uur later is mijn hele linnenkamer steenrood geverfd, het is drie uur in de ochtend. Ik sms - niet zonder enig wraakgevoel - “ SLAAPWEL!” naar manlief. Hij sms’t bijna onmiddellijk terug: “Slaapwel! Zit gezellig in de bar te genieten met collega’s.”
Bij het tandenpoetsen merk ik dat ik meer dan behoorlijk meegeverfd ben. Douche dus. Ik zeep me royaal in, de verf lost goed op, ’t schuimt fantastisch roze op. En dan wordt het water niet meer dan een graad boven het vriespunt. Gevoelstemperatuur, vijf graden eronder. Verwarmingsketel uitgevallen. Ik stap bezeept en beschuimd en bevroren uit de douche. Trap af naar de kelder en moet daar vijftien (!) keer, vijftien (!), VIJFTIEN keer! manueel de ketel heropstarten. En dan nog erger bevroren een dik kwartier in schubachtig versteende roze schuim wachten tot het water warm genoeg is om eronder te staan zonder te sterven aan onderkoeling. Ondertussen loop ik een marathon om warm te krijgen want van stil staan rillen krijg je het niet warm (!) en aangezien de verwarmingsketel was uitgevallen, is het hele huis dodelijk koud. Ik leg extra dekens op de kinderen en merk in het passeren door de linnenkamer dat de vloer daar onbedoeld ook meegeverfd is. Vlug even dweilen in mijn badjas met schuimonderjurk. ’t Water wordt ongeveer warm. Ik bewerk mijn haar onder de douche met een halve liter conditioner om de dreadlocks van gisteren te kunnen doorkammen, die zijn ondertussen beenhard gevriesdroogd.
Na een klein uurtje en een paar halve hartverzakkingen van de schrik omwille van verdachte geluiden is mijn haar weer min of meer normaal, ga ik de kindjes checken en leg me eventjes op bed rond halfzes s’ ochtends. Ik sluit mijn ogen en de wekker loopt af. We zijn een uur later. Ochtendrush en race naar school. Thuis ontbijtboel, vaatwas legen, vullen wasmachine etc, enfin, je kent het liedje… luiers, voedingen etc, eventjes kijken naar mijn mooie linnenkamer. (gelukzalige glimlach), vrijdag dus school vroeg gedaan, kindjes halen, eten, wassen, voeding, kindjes naar bed met verhaaltje en nog eentje en nog eentje… etc.
Telefoon!
Manlief!
“Halloenhoeistikhebnetpaardgeredeneneenkampvuurgemaakt. Vakantie hé, zoals jij alle dagen hebt. Veel geschreven?”
Nee, maar nu zal ik de nacht doorschrijven.
Maar eerst alle witgoed terugzetten. Maar eerst alles eens afwassen vanbinnen en vanbuiten. ’t Is wel donker… dat steenrood… Vooral bij nachte… Zou ik er niet beter whitewash over doen? Of wacht nee! Ik haal mijn pallet en drie dozen acryl erbij, eventjes maar. Iets proberen.
(…)
Acht uur later: Wow! De linnenkamer is nu steenrood met grillige, knoestige takken vol vogeltjes. Liervincken! In blauw-groen met wit.
’t Ziet er heel oriëntaals uit, past perfect bij mijn Chinese oogjes van twee nachten schilderen. En weer is de nacht voorbij. Een viertal hartaanvallen door verdachte geluiden niet te na genomen is deze perfect verlopen. Het wordt buiten klaar en de tuin ziet eruit als een kerstkaartje. Ik leg me eventjes op mijn bed maar een minuut later knalt mijn deur open:
“Mama! Sinterklaas is geweest!
Hij heeft de linnenkamer voor je geverfd!”

vrijdag 11 februari 2011

Bedenkseltje

laatste pagina
van de krant bij het ontbijt
bedenksel van mij.

(en ik blij!)



 
(bron: Weekblad Pano, 9 februari 2011, Valentijnspecial)

't Is natuurlijk 'fictie' aangezien er hier thuis vier blondkopjes zijn in alle gradaties van blond maar het is een verwoording van de angst die bij iedereen leeft, die intens liefheeft (veronderstel ik). 
De achtergrond is geschilderd door mijn dochtertje van zes. Acryl op doek. (Omdat ik vind dat kinderen met goed materiaal moeten leren werken om gepassioneerd te geraken voor kwaliteit en gedreven om er iets moois mee te maken.)


donderdag 10 februari 2011

Art

Met de zon komt een
inspiratie-explosie,

de lente is er!



woensdag 9 februari 2011

Zee gemis


Meeuwen en branding
brullen de winter weg en
de zee bloeit lente.















Zo heel af en toe, ondanks dat ik hier in Villa Liervinck heel gelukkig ben, steekt het wel eens dat de zee zo ver af ligt. Allerlei klimaatprofeten voorspellen dat dat niet meer lang zal duren, maar ondertussen mis ik de zee soms wel eens.
Het geluid van de branding en de meeuwen. De zilte wind. Het zand.

Mijn oudste dochtertje troost me door de radio in de keuken op een kanaal te zetten waar je de hele dag de zee hoort ruisen. (zonder reclame ertussen door!)
En omdat ik twee films moet bekijken voor een schrijfproject neem ik mijn jongste op schoot (die gedurig mijn zwart mohair truitje als snotdoek gebruikt) én mijn breipennen (doe het mij maar eens na!) om mitaines te breien.

Vandaag ontsproot "zeedroom" uit mijn pennen. (brei-!)

dinsdag 8 februari 2011

De Kunst van Zoet zijn

Zoete kleuren in
de border van mijn leven,
geliefd zomerkind.



Het is sommige mensen gewoon gegeven om zoet te zijn. Ze moeten er niet eens moeite voor doen. En bovendien is het een hartelijke zoetheid, geen plakkerige.
Mijn dochtertje van zes is zo zoet. Ze knutselt en naait en zit vaak te haken of te breien en het zijn altijd cadeautjes. Zo maakte ze voor nichtje Elle mitaines. Hele snoezige in créme met roze pomponnetjes, jammergenoeg heb ik er geen foto van. Maar ze had er heel lang aan gebreid en nu had ze wat spijt dat ze er zelf geen had. Dus heb ik deze avond, ik wou een documentaire zien, dus het was hét moment, mijn breipennen erbij genomen en wol en haar een paar nieuwe gemaakt. Mitaines zo zoet als een snoepwinkeltje of moet ik zeggen zo zoet als mijn dochtertje van zes?