dinsdag 30 april 2013

"Pauze" 3D-manifest voor het recht op pauze

Titel Installatie:Pauze
Uitvoerder: Jennifer Vrielinck
"Manifest voor het recht op pauze. Je hebt maar één leven. Doe wat je graag doet. Doe het vaak. Als je geen tijd genoeg hebt, stop TV kijken. Zoek niet naar de liefde van je leven. Sta stil. Neem een pauze en laat de liefde jou vinden. Doe dingen waar je van houdt. Gebruik en hergebruik. Analyseer niet alles. Open je armen voor anderen,verenigd in verschillen. Pauzeer en vraag wat iemands passie is. Stop de sleur door je inspiratie te delen met anderen. Wandelen, lezen, schrijven, creëren, wolken bekijken, reizen en verdwalen zijn de enige manieren om jezelf te vinden. Stop af en toe om dingen te bedenken die je wil creëren. Het leven is kort, leef je droom, neem de tijd, neem een pauze en deel je passie.”

Collage - recyclage - installatie op de tentoonstelling BazArt van 25 april tot en met 4 mei 2013 in de Wattenfabriek Herzele.








































De installatie is een soort Utopia in het teken van Pauze. Het staat symbool voor de Wattenfabriek met beneden de bibliotheek. Bibliotheken zijn altijd goed voor een blind date met een boek. Symbolisch doordat de boeken hier van de kaft ontdaan zijn. Erboven vind je allerlei vormen van ontspanning uitgebeeld, net zoals er ook in de ateliers boven in de wattenfabriek allerlei ontspanning kan gevonden worden en de 'heilige drievuldigheid' in de rechterkant van de installatie beelden de constante stroom van inspiratie uit. De spiegel verwijst naar 'iedereen die erin kijkt' dus ook jij. 
Wat de commentaar betreft van de jury, het gevoel van overdaad, is correct opgemerkt want ik wou die overdaad in de vrijetijdsbestedingen symboliseren. Iedereen die kinderen heeft die een paar naschoolse activiteiten volgen, kent dat fenomeen. Eerst weet je niet wat kiezen en na een paar jaar kan je niet kiezen wat je best zou laten vallen.
Doordat ik in het dagelijks leven 'toer' met mijn schrijfkoffer in scholen en bibliotheken in Vlaanderen kwam ik op het concept van een draagbare cultuurtempel of toch cultuurkapelletje. Een winkel of een marktplek voor allerlei waren, een collectie ideeën, een installatie dus.
Doordat een van de workshops die ik geef “Hoe schrijf ik een manifest” is, vond ik het niet meer dan passend een manifest voor de Pauze te schrijven. Een manifest heel expliciet (manifest) dus, wordt meestal gebruikt om politieke meningen en/of haat uit te dragen, dus heb ik die grens overschreden door dat te doen voor 'de pauze' met een knipoog naar de Amerikaanse moraliteit.



Idee, concept, visie omtrent het werk:
De installatie is een 3D manifest voor het recht op pauze
– voorkant: internationaal symbool 'Pauze'
– achterkant: het manifest in woordcollage gerecycleerd drukwerk
– binnenkant: letterlijke invulling van pauze
boeken, 'blinde' boeken, ontdaan van seculiere verleiding (omslag, kleuren, marketing)
inspiratie die binnengegoten wordt
Pauze is een moment met een gouden randje, vandaar de gouden rand rond de taferelen
Spiegel: jezelf
Groen, de natuur in de het hoofd en in de spiegel ziet de kijker zichzelf midden in het groen. 

Deze draagbare installatie is een nieuw soort 'kapelletje'. Het geloof: de pauze.
Waar men gaat langs Vlaamse wegen komt men groen tegen. Zoek het, vind het, neem een pauze.




Gebruikte materialen + herkomst:
– Wijnkistjes aan elkaar gemonteerd met oude slotjes en scharnieren
wieltjes van een oud kastje.
L
inkse binnen-deel:
– boeken (vrijetijdsboeken uit kringloopwinkel), boekkaften weggenomen en ruggen in linnen herplakt. Eigen Ex-Libris.
– tekst erboven is collage uit de boekkaften
– plank lag bij brandhout
– kijkdoos-tafereel: soldaatjes uit de kringloopwinkel die met behulp van vijltjes en tangetjes 'burger' zijn gemaakt en allemaal een vrije geest symboliseren: lopen, liggen lezen,
pamflet ophangen, beeldhouwen, wandelen... in een labyrint die staat voor: Ken jezelf.
R
echtse binnen-deel:
– spiegel uit kringloopwinkel
– decadry-wrijf-letters uit kringloopwinkel
– restjes knutseldraadjes uit rommellade
– gietertje uit de kringloopwinkel
– drie figuren gemaakt van lege drankblikjes als lichaam, kapotte kousen en een stuk jeansbroek als kleren (verstevigd met houtlijm),
hoofden gemaakt van wc-rolletjes in vorm gekneed met water en houtlijm, de kapsels zijn nep-planten uit de kringloopwinkel (uit bloemstukje)
Alles is 'vernist' met wateroplosbare houtlijm of gekleurd met milieuvriendelijke powertex.

dinsdag 23 april 2013

Plagiaat: De pauwen gaan lopen met de paar mooie veren van een Liervinck.





Het kan niet onopgemerkt gebleven zijn dat hier minder enthousiast allerlei gedeeld wordt.
Niet een gebrek aan inspiratie of aan eindresultaten ligt aan de basis, wel integendeel. Het is eerder een angst om nieuwe borelingetjes te grabbel te gooien op internet. 

Deze link is al op aanraden van heel goed bedoelende en vooral mensen met een goede inborst doorgegeven aan uitgeverijen en productiehuizen. Mensen die oog hebben voor leuke dingen en wat meer aandacht willen voor Villa Liervinck.

Nu een tijdje geleden alweer een 'gemarketingd' succes in boekvorm uitkwam inclusief tv-ster, was de verbazing niet klein dat een paar Villa Liervinck-prutsen 
l-e-t-t-e-r-l-i-j-k overgenomen waren. Niet op de manier waarop je niet meer weet wat het oorspronkelijke was of als onderdeel van een leuk ideetje aangevuld met eigen fantasie, nee, letterlijk. Opbouw, zelfbedachte - door mij - technieken en afwerking. Het plagiaat werd met verzwaard hart gekocht - door mij - en thuis onder de loep genomen, alle publicatiedata op Villa Liervinck waren van lang, zeer lang voor de productie van het programma en het boek, zelfs van voor de plannen voor het programma en het boek, eigenlijk van voor dat 'prutsen' hip begon te worden. Sterker, het boek is van een hele poos na het doorsturen van de link naar deze site naar de betreffenden. Jammer vind ik dat. Dat pauwen gaan lopen met de paar mooie veren van een Liervinck. 't Is niet dat ik de spotlights wil en het applaus, ik ben meer een achter-de-schermen-mens, anders zou ik deze link veel meer promoten en marketing voeren maar dat is niet mijn prioriteit. Maar dat mijn creaties gebruikt worden om geld uit te slaan en dat er zelfs geen bronvermelding af kan... En dit voorbeeld was enorm frappant, zelfs mijn driejarige riep enthousiast naar het betreffende object in de glazen kast wijzend: Kijk! Zelfde! maar ook dichte vrienden wezen me al vaker op kleine publicaties in tijdschriften en op andere sites die onbeschaamd overnamen zonder vermelding. Het steekt toch altijd.

Hier wordt ondertussen verder gecreëerd (hype of niet, hip of niet, het is de aard van het beestje). Maar dit beestje zal niet meer op dezelfde manier zijn eieren te grabbel leggen. Nee, misschien komt er wel een Villa Liervinck-boek dat al dat - niet op internet gegooide - schoons zal bundelen als er interesse zou zijn. Anders trekken we misschien wel naar Parijs, daar staan studio's voor een appel en een ei. Er is zelfs een woonplek boven. Het enige wat je moet aantonen is dat je 'kunstenaar' bent. (Meer dan twee werken per week maken of al een paar stukken verkocht hebben) Check! Check! En dan beginnen we een Villa Liervinck- galerij. Villa Pinson de Lyre of zoiets zal dat dan worden. Dit weekend nog maar eens een kijkje gaan nemen?

In het kleurrijke Belleville?




Of in het toeristische Montmartre?




donderdag 28 maart 2013

Passie voor het ongrijpbare Moderne kunst en hoe we het kunnen leren van een peuter.

Er is iets moeilijk met moderne kunst. Het heeft de filter van de tijd nog niet doorgemaakt en daardoor weten we niet welke stukken universeler zijn dan andere.
De 'verschietachtigheid' vervalt ook met de tijd en dat heeft allemaal invloed op of een werk een klassieker wordt of niet. Zelf ben ik een leek. Wanneer ik door musea loop met teveel moderne kunst ga ik me fixeren op slordige afwerkingen en dat lijkt bij de meesten een voorwaarde te zijn. Wat ik dan weer niet snap want kunst, is toch tonen wat je kunt en is dat dan niet een beetje gemakzuchtig. Je hoort het, ik ken er niets van. Blijkbaar.

Maar gisteren toen mijn drie kinderen besloten om de lente zelf binnen te halen en paasdecoraties te maken - ik heb er zelf echt gee-ee-een zi-i-i-i-i-i-in in met die ijzige temperaturen buiten - kreeg ik een epifanie. En wel door onze jongste. De twee groten (8 en 10) maakten een klassieke kip van een punt in geel karton met vleugels van uitgeknipte handen (hun eigen handen) en een snavel en kam van rood papier. Poten van karton aan dunne touwtjes-benen. Heel klassiek, heel herkenbaar, heel simpel. De kleinste (net 3!) keek naar de kippen in de tuin en naar de groten hun “fees-mus” want ze ziet alles nu in termen van een feestje met haar verjaardag net voorbij. Ze zag de kip niet in het klassieke werk van broer en zus, dus besloot ze af te wijken van de vaste vormen. Ze nam papier en knipte en plakte mee.

Het plezier haar het papier en karton te zien sorteren en de opstelling te bouwen was op zich al een belevenis maar ik zag een concentratie die me deed denken aan Pollock in de film over zijn leven. Dit was niet zomaar kliederen. Dit was de allerindividueelste expressie van een allerindividueelste emotie. Kunst dus.

Ik heb haar nog nooit zo blij gezien met het eindresultaat. Meestal begint ze alles wat ze maakt meteen te verknippen maar ditmaal moest het bij de andere werkjes staan. En als je haar vraagt, “Welke is de mooiste kip?” dan wijst ze enthousiast de hare aan maar ze geeft wel wat krediet aan broer en zus want ze zegt er altijd bij: “Zus de grootste, broer de kleinste 'fees-mus'" en ook “Allemaal spiesiejaal”.

Als ik nu naar de kippen kijk, zie ik in de jongste haar kip inderdaad een heel enthousiaste kip. De kwestie is alleen maar: durven kijken op een andere manier om uit te drukken wat je ziet. Ik zie zelfs dat het Tsjiep is en niet Dijl die ze gemaakt heeft.






maandag 25 maart 2013

Aroma-bar


Ik vertelde al eens over de wijnclub VinCoeur waar mijn lief zich elke eerste dinsdag van de maand met acht andere mannen een hele avond verdiept in wijn. De ene keer al dieper dan de andere keer.

Af en toe doet die wijnclub een expeditie extra muros en op één van die uitstapjes werd mijn lief verliefd - gelukkig voor mij - op een wijnproeversgadget. Een aroma-bar meer bepaald. De bedoeling van een aroma-bar is je neus als wijnkenner trainen. Want er zijn zoals iedereen wel weet slechts vier smaken (zout, zuur, zoet, bitter), vijf voor de muggenzifters (umami) en zes voor de mierenneukers (zeepsmaak) maar meer dan tienduizend geuren door de mens waar te nemen. De chemoreceptoren die verantwoordelijk zijn voor de smaak zijn vele malen geringer dan die voor de geur. 
Misschien is het ook nog interessant om te weten dat alcohol een van de weinige zuivere stoffen is die zowel een smaak als een geursensatie veroorzaken.
Wijn goed kunnen beoordelen vergt dus niet alleen proeven, veel proeven en nog veel meer proeven maar ook een geoefende neus. En dat blijkt nu dankzij zo'n aroma-bar zeer eenvoudig te zijn. En zoals dat gaat met verliefdheden: mijn lief wou niets liever dan een aromabar hebben. "Voor nog geen 300 euro kan je er al een kopen met een vijftigtal geuren. Vanaf 400 euro heb je er al een met tachtig geuren," zei hij. Ik zei hem: "Vanaf een paar euro maak ik er zelf één".

Na schrijven, veel schrijven! naar wijnclubs en aroma-bar-ontwikkelaars in Franse en Engelse wijnstreken had ik een basiskennis. Eerst kwam het logistieke. Geuren zijn nogal vluchtig en om ze zo goed mogelijk te bewaren, moet je een collectie flesjes hebben. Medische aangelegenheden zijn nooit fijn en de herinneringen eraan verdring je maar beter zo snel mogelijk maar ze leveren soms een mooie collectie flesjes op. Bruin glas is ideaal, met het oog op bewaring en bovendien heeft mijn collectie flesjes de ideale maat.
Ik kreeg per mail een hele reeks interessante 'recepten' voor geuren en veel tips over welke geuren er zeker in een Aroma-bar moeten zitten.
Heel veel geuren vind je in de keuken en de tuin. Allemaal eigenlijk maar soms moet je wat geduld hebben voor het juiste seizoen en een beetje zoeken hoe je de geur kan vastleggen. Je kan aromatherapie-recepten gebruiken om een geur in een olie te capteren maar de meeste wijnkenners raden aan om een fles niet dure, neutrale witte wijn te kopen bijvoorbeeld een Pinot Grigio, Colombard of Ugni Blanc en een niet dure, neutrale rode wijn zoals een Merlot of Beaujolais. Met een fles kan je al twaalf geurstaaltjes maken.
Je laat er citroenschil, kruidnagel, etc... - zie lijst hieronder - in trekken en sluit de flesjes goed af.

De meubelmaker in mij, zag de kans schoon om met mijn universiteitsachtergrond in plaats van een nuttigere meubelmakersachtergrond maar niettemin met veel plezier een kastje te maken waar al die bruine flesjes in passen.

Verder bleek er ook een alchemiste - of zo je wil - heks in mij te zitten die dagenlang met druppelaars, trage opwarming, receptjes, alcohol en oliën kleine flesjes vulde met allerlei aroma's.

Strik erom en voila: cadeautje voor mijn lief. 

Hij haalde een score van vijf op dertig. 
Dit wordt een zeer nuttig cadeau,
maar wel eentje met een luchtje aan.








































De lijst:

citroen
pompelmoes
mandarijn
limoen
appel
peer
groene appel
perzik
meloen
guave
ananas
passievrucht
lychee
framboos
blauwe bessen
aardbei
braam
kers
pruim
kamperfoelie
oranjebloesem
acacia
anjer
hyacint
iris
pioen
roos
viooltje
banaan
sinaasappel
hazelnoot
amandel
walnoot
vijg
rozijn
hout
dor blad
varen
vers hooi
paddenstoel
truffel
hars
den
ceder
eik
linde
ijzerhard
citroenkruid
tijm
laurier
basilicum
kruidnagel
peper
munt
kaneel
zoethout
vanille
nootmuskaat
honing
amber
muskus
vacht
wild
wildgebraad
leer
gebrande koffie
geroosterd brood
silex
koffie
tabak
cacao
ethanol
zwavel
azijn
rot
schimmel
kurk
teer
beton

zaterdag 16 maart 2013

Poëzie-albummetjes

Van gedichten naar poëzie-albummetjes.

Het is een klein sprongetje. In mijn boekenkast althans.
Op een rijtje staan daar vijf generaties naast elkaar. Poëzie-albummetjes.
Mijn overgrootmoeder, grootmoeder, moeder, mezelf en dochter. Een collectie vluchtige en minder vluchtige vriendinnetjes die om ter kunstzinnigst naar eigen vermogen een pagina 'voor de eeuwigheid' hebben gevuld. Het eerste albummetje (1918) heeft bijna die kaap gehaald!

Voor altijd en eeuwig, geloof je me niet? Denk aan me wanneer je dit plaatje ziet.

Het is opvallend hoe elke nieuwe heropleving na een poosje stilte samenvalt met een lente.


Tip, tap, top, de datum staat er op. 
Misschien daarom dat ik nu zin heb in een stukje hierover. De laatste (laat ons hopen) sneeuw is aan het smelten, krokusjes en narcissen komen uit en de dagen worden langer.

Er loopt een lammetje in de wei, die zei: 'Jij maakt me altijd blij'.


Een paar dagjes geleden besloot dochterlief haar albummetje weer een nieuw rondje te laten maken onder de ondertussen nieuw bijgekomen klasgenootjes en vriendinnen. En ik nam de andere ter hand. Gewoon omdat ze er daarom staan in mijn boekenkast. Om af en toe eens in te kijken en het bewijs te zien dat sommige dingen niet voorbijgaan.


Rozen verwelken, scheepjes vergaan maar onze vriendschap blijft bestaan.

In de bloeitijd van je leven
wil ik ik jou dit blaadje geven
dat mijn korte wens bevat:
leef nog lang, gezond, tevreden,
vind waar je voet ook mag treden,
trouwe vrienden op je pad.
























(klik voor groter)

dinsdag 19 februari 2013

30 januari - Poëziedag



Ik heb een vriendin, ze schrijft gedichten.
Echte, met een vaste vorm en vol ontroering.
Ik wou dat ik het kon.

Toen ik nog literatuur bestudeerde en zelfs poëzie als vak had, waagde ik me eens aan een gedicht.
Het opgelegde onderwerp was de openingsscène van Death in Venice de verfilming van Thomas Mann.

Jan Van Der Hoeven, een zeer getalenteerde literaire duizendpoot en begenadigd dichter, gaf de cursus en hij deed dat zo bezield dat we allemaal echt into poëzie waren. Talent of niet. Jan Van Der Hoeven had bovendien nog een zeer complementair talent, hij kon namelijk in tegenstelling tot de meeste andere dichters bijzonder goed voordragen. Hij kon als het ware een boodschappenlijstje brengen en wij, de jonge studentes, vielen nog in zwijm voor de schoonheid die de woorden uitdroegen. En daar zette hij me op het verkeerde been mee toen hij mijn eerste poging tot poëzie voorlas in de klas.
Zijn stem - mystiek en zwaar - bracht de eerste zin.
"Het schip gaat de mist in..."
en dan na een laaghangende stilte
"en de rest van dit gedicht ook..."

De hele klas strijk natuurlijk en ik genezen van mijn aandoening. Dit was in het verre 1998.
Nu, bijna vijftien jaar later, waag ik me nog eens aan een publieke poging. Gedichtendag 2013, thema muziek. Er was een gedichtenwedstrijd uitgeschreven. Ik sprak al dikwijls met melomanen, veel van mijn vrienden zijn eigenlijk melomanen of neigen daartoe, maar ik kan hen niet altijd volgen in hun honger of is het dorst naar muziek. Ik hou zo erg van de stilte dat ik er 's nachts voor op blijf. Dus dacht ik het te hebben over de stilte in tegenstelling tot de muziek. Ik nam daarvoor twee archetypen, de melomane muzikant en het dove meisje. In een heel kort verhaaltje. - Want is dat niet de essentie van dichten? Woorden verdichten, korter maken? - schreef ik de onmogelijkheid van hun liefde.

Ik stuurde het in. Als het goed was, was het goed, als het slecht was dan was mijn publiek niet groter dan de jury van de gedichtenwedstrijd en dat viel mee.

Een maand of zo later - klein overwinningsdansje - kreeg ik een kaart in de bus: ik was genomineerd en kreeg op de avond van de Poëziedag te horen dat ik derde geworden was. De eerste twee waren geoefende, passionele dichters die terecht de eerste en de tweede plaats inpakten. Maar dat ik deze keer niet de mist in gegaan was, maakte wat mij betreft mijn derde plaats zoveel waard als de twee eerste samen.

't Heeft jaren geduurd maar is dat niet wat Herman de Coninck ons leerde over poëzie? Heeft poëzie niet te maken met het lang samen laten beschimmelen van dingen, het alcohol laten worden van druiven, het konfijten van feiten, het inmaken van woorden, in de kelder van jezelf?



























De verrassing die avond (ook voor mezelf) was dat de uitvoerders
het gedicht echt in gestuno (gebarentaal) brachten.

Pluizenbollen

Elke werkdag, stipt om acht uur, staat er een dichter voor onze deur. - Is dat geen mooie openingszin voor dit stukje? - De werkelijkheid is soms mooier dan een boek. Die dichter is een lieve mevrouw die bijna dagelijks een nieuw gedicht de wereld instuurt. Ergens tussen vijf en zeven in de ochtend publiceert ze bescheiden op Facebook haar vindsels. Met een fototoestel in de aanslag op pad samen met André. André is de immer lachende chauffeur en zij, Martine is de begeleidster van misschien wel de mooiste schoolbus van het land. De bus is versierd naargelang de seizoenen en de feesten die er in vallen. En Martine neemt foto's: mistige ochtendfoto's op akkers en versluierde zonsopgangen in de heuvelachtige streek waardoor ze rijden. Zo'n foto geeft de aanleiding tot een gedicht. De kinderen in de bus weten dat. Ze zijn allemaal gek van Martine en ons oudste dochtertje dus ook. Omdat Martine zoals elke dichter misschien wel zou wensen, verjaart op 14 februari, hebben we haar een cadeautje gemaakt. Dochterlief en ik. Haar gedicht pluizenbollen die de week ervoor nog op het podium werd gebracht in De Steenoven hebben we geprint op dik tekenpapier met een foto van dochterlief op de achtergrond. De foto is bewerkt met thermische view om de warmte van de komende lente te symboliseren en de pluizenbol is een pompon gemaakt zoals hier maar op de vingers van dochterlief haar hand in plaats van een vork omdat het wat groter mocht zijn. Een lange draad is groen gekleurd voor het steeltje en de pompon zit in een halve plastiek kerstbal die met houtlijm op het glas van het kader is geplakt. Houtlijm omdat alle andere lijmen een matte blijvende damp van verdunningsmiddel geven op de binnenkant van de plastiek kerstbal.


Omdat het zo mooi is en niet leesbaar op de foto hierbij nog eens het gedicht zelf:

Pluizenbollen

Wanneer zij
na een stralende bloei
mij als pluizenbollen
lieflijk aankijken

kan ik niets anders
dan naar ze blazen
hen als parachuutjes
laten dwalen

door de ruimte
naar komende tijd
waarvan ik weet dat die
zomers mooi voor mij zal zijn.

Martine Verhavert

donderdag 14 februari 2013

En dan nu: de liefde!

Vandaag is het Valentijn. Omdat het voor de meeste mensen een vinger op de wonde is en voor de anderen meestal alleen commercieel gedoe, geven we een alternatief. Maar eerst dit: we hebben hier in Villa Liervinck als belangrijkste goede voornemen voor dit jaar: consuminderen. 't Is een draak van een woord maar een prachtige instelling. We trekken dit graag door naar vandaag. Voila, zo is dat lelijke commerciële al weggewerkt. En dan nu: de liefde! Omdat Valentijn, of het nu afkomstig is van de heilige Valentijn of van het Romeinse Lupercalia wel van ver of van dicht iets te maken heeft met de liefde, doen we er een beetje aan mee. Want 't is toch iets moois, nietwaar? Aan de keukentafel met zicht op de verkleumde tuin maken we, de kinderen van Villa Liervinck en ik, spat-schilderijtjes met oude tandenborstels op papier-overschotten in zeemzoete kleurtjes en schrijven we gedichtjes. Naar elkaar, naar opa en oma, naar de buschauffeur en zo. En naar vriendjes en vriendinnetjes. Die post komt niet meer op tijd maar we hopen er toch wat vrolijkheid mee rond te strooien in afwachting van de lente. Zou dat niet de echte reden voor Valentijn zijn? Die koude maand overbruggen naar de lentemaand? 't Is een korte maand, 28 dagen, en net in de helft ervan een feestje, de 14de, twee weken uitkijken ernaar en twee weken nagenieten en die ellendige maand is voorbij. 
Leve de lente! 
Leve de liefde. 
We <3 you!

,

woensdag 13 februari 2013

"Alsof-glas-in-lood"

Misschien komt het er ooit nog eens van om echt glas in lood te maken - stille wensdroom - maar in afwachting en omdat het kindvriendelijker is en krokusvakantie, maakten we vandaag alsof-glas-in-lood. Met glasverf en contrastrubber en op nepglas, plexiglas namelijk. Nieuwe 'glas'ramen voor Litima meer bepaald. Het schept een zeker verlangen naar mooier weer. Benieuwd hoe het venster het interieurtje daar zal kleuren.
Ik krijg al zin om alle glasramen in ons huis onder handen te nemen maar dat zal moeten wachten tot ik echt 'in 't glas ga'.




maandag 11 februari 2013

Was plooien


Krokusvakantie, terwijl de krokusjes moeite doen om door de sneeuwlaag te breken, genieten wij van de simpele zaken in het leven.
Ontbijten op eigen tempo,
voorlezen, tekenen en zo,
en dan wat prutsen, recycleren,
dingen maken met oude kleren.


Als ik aan mijn jaren in school en op de universiteit denk en hoe hard ik gewerkt heb, zowel qua studeren als jobs om te kunnen gaan studeren dan word ik soms moedeloos wanneer ik tegen de berg afstompende huishoudelijke taken aankijk, 's morgens bijvoorbeeld, na een actief weekend met vijf thuis. We hebben een beslissing genomen, bij de derde baby, Manlief gaat werken, ik doe de rest. Voor een paar jaar althans. Dus het is een uitgemaakte zaak. Iemand moet het doen. Dweilen, ramen zemen, afwas, opruimen, niet van harte maar 't gaat, de tuin, schilderen, timmeren, kleine onderhoudswerken doe ik al veel liever maar waar ik onvoorstelbaar tegenop zie dat is de was. Sorteren, in de wasmachine mikken met het juiste wasmiddel, daarna ophangen aan de lijn – in volgorde van de kleuren van de regenboog - of in de droogkas met het juiste programma dat lukt allemaal nog net maar dan... Het kluwen gedroogd goed, strijken, plooien en op de juiste plek opbergen, dat vind ik het zwaarste werk dat er is. Temeer daar tegen dat het oorspronkelijk vuil goed in deze fase beland is, er alweer tien keer zoveel vuil goed bijgekomen is, het is een niet bij te houden cirkel. Knopen aannaaien, kleine herstellingen doen, geknapte spaghettibandjes weer aannaaien, knieën oplappen, gaatjes stoppen... dat hoort ook bij de weg tussen droogkast of waslijn en kast en dat vertraagt de boel nogal. En zakken maken met te klein geworden goed voor de kledingcontainer.
Als incentive voor mezelf heb ik iets nieuw bedacht: T-shirts en andere tricotspullen die fel gekleurd zijn maar te versleten om in een weggeefzak te stoppen, die mag ik in een lange reep knippen en ophaken in een mooi groot rond tapijt voor in onze bibliotheek boven. 't Is daar nogal bloot en koud op de parket dus wat kleur en warmte zal er niet misstaan, ik heb weer een fijne bezigheid tijdens films bekijken - en het is zo simpel dat kinderen het ook kunnen, dochterlief is alvast ook begonnen met een zeer kleurrijk tapijt voor haar eigen kamer - en bovenal de was-cyclus is nu een beetje een schatzoeken en geef toe, wie geniet daar niet van?
Ik zal me nog eens op mijn wasmanden gooien.

Plooi ze!


Boven het tapijt voor de bibliotheek en onder dat van dochterlief voor haar kamer (door haarzelf) Allebei 'work in progress'.


donderdag 7 februari 2013

Goed voornemen

We hebben een groot goed voornemen voor 2013.
Het Groot Voornemen: consuminderen.
Het is een lelijk woord en eigenlijk ook een verkeerd woord want het zogenaamde antoniem consumeren slaat niet op meer zoals consuminderen op minder slaat.

De reden dat ik het woord toch gebruik is omdat iedereen het begrijpt.
Het is een beetje ziekelijk hoe onze hebzucht gevoed wordt door reclame-blaadjes en prutswinkels. En nog erger is het dat het je huis zo vol maakt. Vol rommel. Nu ben ik een groot voorstander van rommel, maar het moet rommel zijn die inhoud geeft aan 't leven. Boeken en zelfgemaakte spullen, kunst en soeveniers. Geen voorgevormde decoraties. Maar ik heb het hier niet alleen over de prullen, ook kleren,  eten, poetsgerief...

De moestuin wordt groter dan ooit dit jaar en we bakken ons brood zelf.
De flessen die het gootsteenkastje vullen, vervangen we - wanneer ze leeg zijn - door azijn en soda.
Versnaperingen laten we vallen en visite krijgt zelfgemaakt lekkers.
Cadeautjes maken we zoveel mogelijk zelf - indien geapprecieerd door de ontvanger. Het mag wat meer kosten omdat het ook meer waard is, of bij plaatselijke artiesten, wereldwinkels etc.
Recycleren is ook een doelstelling.
Voor algemene zaken gaan we naar de Kringloopwinkel en magazijnwinkels.
Voor kleren kennen we een paar adresjes van authentieke stukken.
Verder proberen we eigenlijk helemaal te leven naar de authenticiteit-gedachte.
Als het maar echt is.
Kan tellen als voornemen, niet?






zondag 20 januari 2013

Huiskamerconcert Stanza


Ik schrijf dit stukje in opdracht, een primeur voor Villa Liervinck. Het is ook een antwoord op deze blogpost: http://blog.stanzamuziek.be/2013/01/20/huiskamerconcert-sint-lievens-esse/

De opdracht komt van mijn lief omdat hij niet helemaal akkoord was met wat in de bovenstaande blogpost geschreven werd. Omdat hij zelf niet zo’n blogger is, zit hij hier naast me te vertellen wat ik moet schrijven, ondertussen een goeie Porto drinkend, de weekendkrant aan het doornemen, het nieuws met vele tussenpauzes aan het bekijken op de tv en met de laptop op schoot zich aan het voorbereiden om morgen al dan niet door de sneeuw naar Brussel te ploegen. Wie zegt dat mannen geen twee dingen tegelijk kunnen? Ik hou het bij onder een dekentje met de laptop dit stukje schrijven. Om het kort samen te vatten: "Ons huis is altijd vrolijk versierd en ‘opgeknust’met een vuurkorf in de tuin en allerlei lekkers in de keuken." Niet dat iemand die hier vaak komt dat nog eens zwart op wit moet lezen maar het is zoals ik al zei een rechtzetting van mijn teergeliefde. Verder moeten “artiesten” hun eigen concerten niet recenseren aldus mijn lief.

De aanvulling of is het de correctie? door K.D. (mijn lief)

Het huiskamerconcert Stanza op 19 januari 2013:

Door de sneeuwval, het feit dat het 's avonds was en niet 'echt' voor kinderen, was het publiek beperkt tot lokale vrienden die niet ver meer moesten rijden achteraf. Maar de sfeer was gezellig en gemoedelijk, buren onder elkaar.

De inleiding “Verhalen” was de nagel op de kop. De gelegenheidsode “Noors Dennenhout” haalde de muziekkenners - althans van de klassiekers - uit het publiek. Er werd al een nootje mee geneuried hier en daar.“Odessa” was het eerste hoogtepunt en viel bijzonder in de smaak bij het publiek, herkenningsgegrinnik was niet van de lucht. Ook “Bonus” was dicht bij mijn bed bij dit publiek. “Leven als een indignado” was een nummer dat het publiek deed nadenken na de herkenningsfase van de twee vorige nummers. Waren we niet allemaal een beetje indignado jaren terug en zijn we niet allemaal terug naar huis gegaan waar eten, een dak – al dan niet van siliconen – en een goed toilet op ons wacht? Een uitbundig applaus is hier gezien ons eergevoel niet gepast maar de appreciatie was er wel. “Teveel informatie” is ook al zo’n nummer. Met een mediatiek/artistiek publiek ligt het natuurlijk een beetje gevoelig wanneer je gewezen wordt op je extravert gedrag in de Sociale Media. Maar het nummer was bijzonder intens en werd van een neutraal uitgangspunt opeens een behoorlijk persoonlijk stuk alleen maar door de geniale truc van weglating. De sfeer werd daardoor bijzonder intiem, een huiskamerconcert waardig. Alweer een nummer waarop je niet in adoratie uitbarst maar stilletjes wil nadenken over de boodschap. Die stilte komt zo krachtig aanzwellen dat je hem niet durft te verbreken. Dieter maakt het zijn publiek bijzonder moeilijk om op momenten als deze bewondering voor zijn optreden en zijn lied te tonen. Maar de boodschap hakte wel in.
Facebookmoeders was net zoals Odessa een hoogtepunt. Ook na het concert kwamen reacties dat op de terugweg naar huis deze twee liedjes oorwormen bleken. Bewondering van klein en groot voor de lange, tongbrekers in het lied die schijnbaar moeiteloos gezongen werden. Ibe, Siebe, Yente, Wietse, Flore, Kobe, Hanne, Lore, Jade, Janne, Josse, Yucca, Lana, Luna, Mona, Luca, Senne, Seppe, Robbe, Ferre, Xander, Lander, Alexander, Lina, Lisa, Lotte, Nina, Noah, Vince en Stan. Allemaal nu!
Toen was er het intermezzo van “Mmmm Kwatta” dat zo absurd was dat het groot en klein met niet minder absurde vragen liet zitten maar tegelijk voor een hilarisch moment zorgde dat een totale ontspanning meebracht. Hoewel er geen camera in de buurt was, geloofden de kinderen niet alleen dat ze op de radio zouden komen maar tegelijk ook op de televisie.
“Dief!” bleek een schitterende conversatie-starter achteraf. Algemeen was er een beetje nood aan duiding vanwaar die moodswing van de intelligente maar grappige en altijd mild kritische bard opeens kwam, “Toespijs” was grappig maar kwam op de lijst: “nog-eens-te-lezen-want-dat-was-toch-een-hoop-tekst-en-informatie”,China was Dieter op zijn best omdat zijn improvisatietalent subtiel en ongeëvenaard is. “ ’t Is teveel, teveel woorden, teveel akkoorden” en een mens denkt er zelf bij “te veel chinezen…” Of het nu echt was of deel van de show, het toonde Dieter als ‘mens in een huiskamer’ en dat gaf het geheel een warmte die hij zelf niet kan inschatten. Het huiselijke, het gevoel de meester aan het werk te zien, te mogen binnengluren in het creatieve proces maakte wat hijzelf achteraf aangaf als een uitglijder eigenlijk een extra intiem moment.
“Opa Zjang” was heerlijk en werd door iedereen gesmaakt en het was dan ook nog eens supergrappig inclusief ‘vieze woorden’ voor de kinderen. Kortom de ideale afsluiter.
De commentaren waren unaniem lovend. Mensen bleven een gat in de nacht napraten.
Aangezien het drukke e-mailverkeer en de sms-en die verdere nacht en de volgende dag met verschillende keren de vraag wanneer deel II komt – die gast heeft wel veel meer nummers heb ik ondertussen gezien - waren voor ons het bewijs dat dit een zeer geslaagd huisconcert was.


Dus Dieter? Wanneer deel II? (ondertussen voor de hongerigen: http://blog.stanzamuziek.be)


 

zondag 6 januari 2013

Driekoningen


Eigenlijk vooral uit verbaasdheid schrijf ik vandaag op dertiendag een stukje folklore. Op drie dagen tijd kreeg ik vier keer te horen dat ook dit verloren gaat.
“Driekoningen wat is dat eigenlijk?”
“Driekoningentaart? Is dat weer iets uit Amerika?”
“Driekoningenfeest? Nooit van gehoord.”
“Driekoningen is dat niet carnaval om geld te schooien?”
In de late jaren zeventig van de vorige eeuw liepen wij – de buurkinderen en ik – verkleed door de straten, zingend van huis tot huis. Gehuld in satijnen gewaden en met veel nepgoud (faux bijoux) , nepmirre (zandbakzand) en nepwierook (essence-stokjes) en een echt draaiende ster op een hoge stok. De ster draaide door middel van een koordje. Het was bijna elke keer net voor het aanbellen ruzie om de ster te mogen laten draaien tijdens het zingen. Altijd was één van ons potzwart gemaakt met zwartepietenzwart (bij de hand want slechts een maand geleden nog maar opgediept uit de attributenkist), één was karamel-bruin met behulp van een zware pré-zonnebankentijdperk-fond-de teint, met een schoon zwart ringbaardje (overschot sponsje van zwartepietenzwart) en één was waterverf-geel met een  dun oogpotloodsikje op de kin en hele mooie eyeliner-spleetogen.  De hoofddeksels waren vooral tulbanden en goudpapieren kronen versierd met nepjuwelen. We waren zo mooi en zo haveloos als de driekoningen op de vele prentjes die Anton Pieck tekende over dit Vlaamse en Nederlandse volksgebruik.
Driekoningen dus. Eerst een beetje geschiedkundige achtergrond. Gek genoeg staat er nergens in de bijbel ook maar een zin over de drie koningen. Het feest zelf ontstond pas in de vierde eeuw in het oosterse christendom. Oorspronkelijk was het het geboortefeest van kindje Jezus, de openbaring aan de wereld, vandaar het synoniem voor driekoningen: Epifanie. De kerk van het Latijnse ritus vierde de geboorte van kindje Jezus echter al op 25 december, omdat ze toen 6 januari ook als feestdag over namen, vierden ze op die dag dan maar de aanbidding van de wijzen uit het Oosten. In de derde eeuw maakten men er drie wijzen van, met drie geschenken (goud, wierook en mirre). Tertullianus, die van de ‘triniteit’, die dus al een meer dan gewone voorkeur had voor ‘drie’ maakte er bovendien meteen drie koningen van. En die driekoningen waren een onuitputtelijke inspiratiebron voor de volksverhalen. Pas vanaf de achtste eeuw krijgen ze echter hun namen: Caspar, Melchior en Balthasar. Elk jaar moesten we bij die ene buurman, met zijn vrouw die leek op een oudere versie van Marilyn Monroe, eerst die drie namen opnoemen en dan zeggen wie we waren voor we overstelpt werden met speculoosjes die hij het hele jaar door bij elkaar spaarde bij de uithuizige koffietjes die hij nuttigde. We kregen ook altijd vijf frank om te delen onder ons drie, wat altijd voor het volgende discussieonderwerp zorgde wanneer we weer buiten op straat stonden. De ster draaien werd opeens een stuk minder belangrijk.
Driekoningen is zowel een Katholiek als een Protestants feest maar zoals je hoort in de Protestantse versie van de liedje Nu zijt wellekome zijn de koningen bij de Protestanten wel gewoon wijzen en bij de Katholieken koningen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nu_zijt_wellekome
Wij zongen het eenvoudige liedje:
Drie koooningen, drie koooningen,
geef mij nen nieuwen (h)oed.
Mijnen ouwen is verslee-eeten,
mijn moeder mag 't nie wee-eeten.
Mijn vader heeft het geld,
op de rooster geteld.

En omdat we niet eerlijk waren tegen onze moeder (mijn moeder mag het niet weten) en onze vader betichten van lichtzinnig om te gaan met geld (mijn vader heeft het geld op de rooster geteld) werden we logischerwijze beloond met geld en snoep. Om al die schatten te dragen, hadden we een zak bij en om te zien waar we strompelden met die lange satijnen gewaden die voordien nog slaapgoed van onze moeders waren of  voeringen van onze vaders jassen hadden we een lampion bij die tegen het einde van de avond zo heet was dat je die amper nog kon vasthouden.
Op het eind van zo’n avond kwamen we hees gezongen en verkleumd thuis. Drie vaste elementen die verdere avond waren – in volgorde van belangrijkheid en zodoende ook van uitvoering: de buit tellen en verdelen, die verdomde vijf frank van de buurman maakte dat altijd een hekel moment, daarna hete chocolademelk drinken om op te warmen en daarna de driekoningentaart met de boon. Terwijl de moeders met keukenpapier en Nivea ons gezicht weer blank maakten, aten we met zuinige hapjes de taart, bang gemaakt door vader die gruwelverhalen deed over kinderen die gulzig taart én boon binnenspeelden en stikten in hun hebzucht in plaats van koning van de avond te zijn. De bonen waren toen meestal een plastiek kindje Jezusje dat in een bochtje lag, als had het een krampje in zijn zij. Omdat het onze iedere keer opnieuw gebruikt werd, had het al wat melktand-afdrukjes in zijn lijfje. Maar de opwinding om het kleine prutske te voelen in je mond tussen de vele ontgoochelende stukjes suiker en andere bakklonters maakte het zo spannend dat ik me meer de opwinding dan de smaak van zo’n ouderwetse driekoningentaart kan herinneren. Ondanks dat we allemaal net een hele avond met een kroon op hadden gelopen, was de driekoningentaartkroon het hoogtepunt. De onze was een voorgedrukt exemplaar dat we jaren tevoren hadden uitgeknipt uit een knutselvel. Het was van zeer inferieur papier - hetzelfde papier van goedkope paperbacks – en de kleurendruk beperkte zich tot monochroom geel. Maar de krullen erop waren royaal en de geur van oud papier en vanille is er één die ik me nu nog altijd herinner.
De dagen worden vanaf nu merkbaar langer.
De kerstboom moet afgetuigd, langer dan dertien dagen na Kerst brengt ongeluk.
Alle ramen en deuren moeten open gezet worden want wind door het huis op driekoningen brengt geluk. Komt goed uit want dan kan je meteen die ongeluk brengende kerstboom buiten zetten.
Met wijwater – driekoningenwater, gezegend op de avond voor driekoningen en daarmee het beste wijwater dat bestaat - worden huizen vandaag gezegend en daarna wordt er met krijt op de deur geschreven: C+M+B om het kwaad op afstand te houden. Het betekent eigenlijk Christus Mansionem Benedicat – Christus zegene dit huis. Zou het toeval zijn dat het ook de eerst letters van de namen van de drie koningen zijn?
Maak er alvast een mooie zondag van. De feestdagen zijn voorbij. Wij eten voorzichtig onze driekoningentaart en maken vandaag het huis langzaam maar zeker Kerstvrij.
http://www.youtube.com/watch?v=qicbp1Zc6XM

donderdag 20 december 2012

Kerstmis
hoeft niet enkel iets te zijn
van commerciële trafiek
(de overconsumptie beu)
van glitter, belletjes
(het geeft wel kleur aan het leven maar liever zelfgemaakt)
en heilige troep
(vooral nu godsdienst zo ijl geworden is)
van oppervlakkig plezier en

kinderlijke opwinding
(die meestal neerkomt op materialiteit)
Maar een moment om
geest en ziel op te laden

(reflecties en goede voornemens)
om de zachte wegen te volgen
(’t is al hard genoeg daarbuiten)
en vooral voor het jaarlijks ritueel
van kaartjes en brieven schrijven
aan iedereen waar we het voorbije jaar

te weinig aandacht aan hebben gegeven.


 
De Post loopt mank in onze gemeente maar niettemin hebben we deze week gebruikt om brieven, kaartjes en pakketjes te maken en op te sturen.
En om ons huis met gekleurde snippers en vouwblaadjes wat kleurrijker en 'welkomer' te maken.

woensdag 21 november 2012

Bedenking in kamer 14, Le Bateau-Lavoir, Montmartre, Parijs


Mijn stap verbreedt zich in de straten van Parijs.
In het eerste kwart van de twintigste eeuw sta ik stil bij het idee van Picasso en Braque die kubistische balletjes opgooien in Le Bateau-Lavoir, Apollinaire die zijn laatste gedichten opschrijft omzwachteld in oorlogsverband.
Juan Gris die de straten van Montmartre afschuimt, Modigliani - ziek bij de geboorte van een nieuw decennium - die verf en drank mixt. Cocteau en Max Jacob, Gertrude Stein salons, Hemingway die een adjectiefloos leven lijdt. Al dat talent in de Ballets Russes, Fitzgerald op de linkeroever op zoek naar een fontein om in te springen. André Breton op zoek naar een nieuwe kunstvorm. Le Dome. La Rotonde. Café Select. Josephine Baker dansend in het theater van de Champs-Élysées. Sartre en De Beauvoir minnaars vergelijkend in Les Deux Magots.

Ik sta stil op de steile straten van Montmartre bij de vroege twintigste eeuwse dansers en muzikanten, schilders en dichters, zweet en kunst uitwisselend, het publiek ophitsend, de wereld veranderend.

Ik ben zo in de ban dat ik me deel van hen voel en dan ontwaak ik in de put want ook al bestaat de kunst nog steeds, nooit meer was ze zo magisch als toen.

Bij Le Bateau-Lavoir realiseer ik me dat ik de boot heb gemist.
Nu is het tijdperk van onbetekenende, incestueuze clusters die vonken
maar niet blijven branden, niets om een publiek tot leven te roepen.
Niets om de wereld te bewegen.
Misschien is het de schuld van de artiesten, gemakzucht en subsidies.
Misschien is het de mensheid die voorbij de grens van bewogenheid gegroeid is.
We zijn verdeeld, gefilterd, door te veel kanalen ingeplugd. We hebben te veel bandwijdte.
We zijn te snel verveeld door het eenvoudige spektakel. Onze aandachtboog is te klein geworden.


Of misschien is het gewoon zoals ze zeggen: sommige dingen hebben hun plaats en hun tijd.



zaterdag 3 november 2012

Wafelenbak


Het woord alleen al overspoelt me met de warme weldadigheid van ouderwets plezier.
Af en toe zet ik er mezelf aan en deze dagen zijn er perfect voor.
Druilerig Allerzielen-weer en de kinderen thuis.
De keuken is mijn biotoop op zo'n dagen omwille van de constante stroom afwas, was, maaltijden met nogal wat voorbereiding, de behaaglijke warmte, de rust want er is geen televisie en geen radio, alleen zicht op de tuin en de dieren buiten. Ik geniet mateloos van de emmers paddenstoelen die ik stoof, de rapen, wortels, pastinaak, bataat en aardappeltjes.
Op dagen waarop meer dan drie vijfden van het gezin pas zeer laat in de ochtend ontbijt, kan ik moeilijk een uitgebreide lunch koken. De stoof- en sudderpotten worden dan verschoven naar de zeer late namiddag. Een royale poos na het oorspronkelijke middaguur hebben we dan wel een tussendoor-gerechtje. Soep of belegde broodjes of wafels.
Ik heb een zeer lekker recept bedacht voor wafels en omdat ik het niet kan laten, deel ik het met jullie, bijkomend voordeeltje: het is een echte najaar-oppepper want vol warme specerijen en anti-oxidanten.
Herfstwafels:
·  500 g patisseriebloem
·  400 g boter
·  200 g suiker
·  100 g vanillesuiker
·  6 eieren
·  1⁄2 koffielepel bakpoeder
·  100 ml rooibosthee (5 minuten getrokken)
·  200 g zeer fijn gehakte gemberwortel
·  snuifje grof zout

Het wafelbeslag:
·  Weeg alle ingrediënten.
·  Zet een pannetje op een laag vuur of de kachel en smelt hierin kort de boter.
·  Giet de bloem en de suiker in een mengkom.
·  Voeg het bakpoeder toe.
·  Voeg een snuifje zout toe.
·  Kloppen met de handmixer.
·  Breek de eieren één voor één in de kom tot je een egaal beslag verkrijgt.
·  Nog een minuutje mixen en de gesmolten boter toevoegen.
·  Wafelbeslag in een kom, een uur in de koelkast plaatsen.

Wafels bakken:
· Verwarm het wafelijzer op de hoogste stand.
·  Haal het beslag uit de koelkast en schep er met een pollepel hoopjes uit op het wafelijzer.
·  Goudbruin bakken.

Er moet eigenlijk niets meer op. Ze zijn bijzonder smaakvol en je krijgt er een warm gloeiend gevoel van door de gember.
Echt wafels voor een druilerige novemberdag.

woensdag 31 oktober 2012

Vier keer


De allereerste had ik toen ik elf was, in 1982. Het was er de perfecte avond voor. Nog wat lezen bij het haardvuur na een hele middag appels plukken in de herfstzon.
Mijn moeder had een plaatje - een singeltje - met daarop de Bolero van Ravel. De helft stond op de A-kant en de helft op de B-kant. Mijn vader vond dat zo onvoorstelbaar debiel dat hij mijn moeder die dag in 1982 de LP cadeau deed. De Deutsche Grammophon opname. Mijn ouders waren die avond hout aan het stapelen in de tuin en ik vroeg mijn vader door het raam wat de Bolero van Ravel was. Gechoqueerd keek hij op.
“Ken je dat niet?”,
“Nee, vader!”
“Van  ‘10’ met Dustin Hoffman?”
 “Het is met Dudley Moore,” hoorde ik mijn moeder van achter de hoek roepen. Mijn vader, die alleen geïnteresseerd was in Bo Derek en verder –gezien mijn minderjarigheid verzweeg wat de rol van het muziekstuk in de film was - legde de plaat op zodat ik een beetje minder onnozel zou gaan slapen dan ik was opgestaan deze ochtend. Hij ging samen met mijn moeder verder in de tuin met hout stapelen. De lucht kleurde donkeroranje met een roze gloed. Na twee inleidende maten door de kleine trom werd het eerste thema ingezet door een enkele fluit, waarna langzamerhand het gehele orkest ging meedoen, waarbij bij elk opeenvolgende fragment crescendo plaatsvindt. Ik ging zo op in de muziek dat ik opeens begon te wenen van ontroering.
http://www.youtube.com/watch?v=KK23BhEQVyU
Ik herinner me dat ik dacht: 'Ik zal nooit lang genoeg leven om alle muziek te horen die bestaat. Ik zal zoveel moois missen.' Volledig overstuur en misschien wel het meest van al door het feit dat ik niet begreep waarom ik zo diep getroffen was.

Jaren later had ik het nog eens, ik had net mijn rijbewijs, 1999 moet het geweest zijn. Ik reed met de auto en was zo geconcentreerd dat ik niet lette op de radiopresentator en wat hij aankondigde. Opeens werd ik zo hard getroffen door een muziekstuk dat ik de auto aan de kant van de weg moest zetten. Ik herinner me nog goed hoe het ging. Het was herfst en ik stond in de polders onder een fenomenale lucht te luisteren naar een Chaconne Tombeau van Bach die ik achteraf nooit meer teruggevonden heb. Het was een moment dat ik vast probeerde te klampen met mijn beide handen maar het glipte zo snel weg samen met het besef dat ik alweer mezelf mis ingeschat had, dit was een Chaconne die ik niet eens kende. Zoveel geniale dingen die op dezelfde wereld gecreëerd zijn als ik op rondloop. En wat heb ik gedaan? Tot dan? Tot nu?

Weer jaren later, 2005, kwam ik nietsvermoedend kletsend tegen mijn lief, de Aya Sofia binnen, tot we opeens simultaan getroffen werden door de onvatbare schoonheid van de Aya Sofia. Het bevreemdende was dat we het samen ervoeren. Ik kon lang geen woord uitbrengen omdat ik voelde dat mijn stem zou breken.
Ik ben snel ontroerd maar deze ervaringen waren van een intensiteit die je met niets kan vergelijken.

En nu 2012,  het Louvre, alweer in de herfst voor de vierde keer. Zaal na zaal al die schoonheid die je overvalt, gelukkig hangen er ook zaken waarbij je je afvraagt waarom die het Louvre halen maar misschien dienen die als tegengif voor de overdosis schoonheid. Ik voelde me redelijk neutraal, beetje opgejaagd omdat ik net gelezen had dat je een heel mensenleven nodig hebt om het Louvre te zien en dat wij nu slechts acht uur hadden, maar verder niets aan de hand. Tot ik opeens voor het Kantklostertje van Vermeer sta. Ik voelde het niet aankomen maar opeens was ik zo hard getroffen, die kleine handen, dat lichtspel op haar haren. De concentratie van het meisje. De wetenschap dat er meer werken zijn die mij zo kunnen ontroeren dan ik tijd heb in mijn leven om ze te bekijken.




































Mijn vier Stendhal-syndroom ervaringen.

vrijdag 26 oktober 2012

Het leest als een sprookje

Er was eens een jonge man en een jonge vrouw rond de eeuwwisseling.
De man en de vrouw hadden een baan bij hetzelfde bedrijf.
Hij deed iets met computerapplicaties.
Zij deed iets met personeelszaken en interne en externe communicatie.
Zij stuurde algemene mails in naam van het bedrijf en hij antwoordde. Altijd, steeds uitgebreider en persoonlijker. Tot ze allebei merkten dat bepaalde medewerkers onvoorstelbaar goed op de hoogte waren van wat er tussen hen uitgewisseld werd. Ze besloten om onder een schuilnaam - hun literaire jeugdhelden; Josephine March (Louisa May Alcott) en Piotr Sergeiev (Lev Tolstoy) - verder te mailen via een onafhankelijke mailprovider.


30 december 1999 werd de eerste mail verstuurd van tweehonderdzesenzestig mails die samen de eerste zes maanden van een liefdesverhaal vertellen.

Nu, bijna dertien jaar later, de mails door de man al vergeten en verloren gewaand, heeft de vrouw alle mails gebundeld in een boek, alle schilderijen en tekeningen die ze in die periode maakte voor de man zitten er bij omdat de mails daar dikwijls over handelden als ze niet over boeken, muziek, elkaar of de Liefde gingen.
Titel: Sergeiev en Josephine
Aantal blz: 100
Illustraties: 64
Uitgave: 2012
Oplage: één
Verantwoordelijke uitgever: ikzelf - speciaal voor mijn teergeliefde o
mdat mensen vaker zouden moeten stilstaan bij de reden waarom ze verliefd geworden zijn op elkaar.