Posts tonen met het label zelfgeverfd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zelfgeverfd. Alle posts tonen

maandag 30 april 2012

Wegwijzer

Soms heb je een connectie met een landschapselement (en ik bedoel landschapselement in de breedste zin van het woord) zonder precies te weten hoe dat ook al weer gekomen is.
Ik ken mensen die zich een rib uit hun lijf betaald hebben voor een gietijzeren Engelse telefooncel die na veel verplaatsingsperikelen nu in hun tuin staat en het enige plekje is in een straal van zeven kilometer waar je geen bereik hebt met je mobiele telefoon. (Het oorspronkelijke idee was een plekje hebben om ongestoord te kunnen telefoneren.) ("'t Zal!", zoals mijn dochtertje terecht opmerkte ofte: les excuses sont faites pour s'en servir.)
Ik ken mensen die houden van Australische windmolens, Hollandse windmolens, Japanse zen tuintjes, de Golden Gate bridge, het atomium en de Eifeltoren en ze in miniatuurversie in de tuin zetten. Ik ken zelfs iemand die Expo '58 in het klein nagebouwd heeft in zijn voortuin.
Wel, ik moet bekennen dat ik ook zoiets heb. De titel verklapt het natuurlijk al. Ik ben gek van wegwijzers.
Misschien komt dat door mijn voorliefde voor grensgebieden. Ik hou van geografische grenzen, de kust, de grens tussen kunst en kitsch, ik hou van de ochtend waar alles nog mogelijk is en de avond waar niets meer moet. Er zal wel een psychologisch verantwoorde naam bestaan voor mijn aandoening. Ik gok dat het iets is zoals pleinvrees. Ik sta, liever aan de rand van het veld dan er in. Liever nog de keuze moeten maken dan er al midden in zitten. Maar dit is geen psychologische stukje en ik ben geen deskundige dus laat ik dit bij wat het is en ga verder met mijn onderwerp, de wegwijzer.
In films, strips en boeken komen wegwijzers vaker voor dan je mogelijk acht. Ze zorgen dikwijls voor plotwendingen in achtervolgingen. Maar dankzij de gps-techniek kun je nu altijd de weg vinden, zelfs wanneer snoodaards alle bordjes de andere richting laten uitwijzen. En daarmee komen we aan het droevige feit van de nutteloosheid van een wegwijzer in deze tijd. Survival of the fittest. De GPS is beter aangepast aan onze noden dan de wegwijzer dus de wegwijzer is met uitsterven bedreigt. Spijtig.
Stel je Lands End of evenwaardig John o' Groats voor zonder wegwijzer. Als kind zat ik elke Schotse zomer uren op een rotsmuurtje te dromen voor die laatste en de ongelooflijke afstanden te lezen naar al die verre oorden. Het heeft iets magisch om in de verte te turen en - ik ben persoonlijk niet de sterkste wat oriëntatie betreft - bij benadering te weten welke richting je effectief aan het uit kijken bent.
Kleine bordjes die de weg wijzen, vind ik aandoenlijk dat het geen naam heeft. Of het nu voor een verjaardagsfeestje, een huwelijk, verse eieren of een wandeltocht is, wegwijzers doen me glimlachen (of ze brengen opluchting wanneer je de volgende oranje ziet bij een omleiding of de twee wereldberoemde letters bij hoge nood.)
Wegwijzers geven energie, hoop, tonen waar het is. Is er een iemand die een reden heeft om er geen te zetten in onze tuin?
Sterker, ik heb zelfs nog een extra reden om er één te zetten: (zoals ik al zei:les excuses sont faites pour s'en servir) het is een ongelooflijk leuk project om er één te maken met de kinderen. We hebben google-maps afgereisd naar alle bestemmingen die een link hadden met ons en ons leven. Landen waar we gewoond, gestudeerd hebben maar ook het hoenderhok, de school van de kinderen en Nanou, onze lieve onthaalmoeder. We hebben kilometers berekend, de windrichtingen bepaald en waar die bestemmingen ten opzichte van ons liggen. We hebben geschilderd, steden en landen gespeld, gezaagd en getimmerd (de ene houtsoort is de andere niet, bijvoorbeeld om een spijker door te slaan). We hebben de grondboor gebruikt, een paal leren loodrecht ingraven en zie:
Naar het schijnt, hebben we de mooiste wegwijzer ter wereld in de tuin staan.
Dat beweert althans mijn dochtertje. Die nu tweemaal per dag op zoek gaat naar het bordje van het hoenderhok tussen de hele tros bestemmingen omdat ze anders de kippen en eenden niet kan gaan voederen.
Zoon die is ondanks zijn onmetelijk plezier tijdens het maken nu meer sceptisch. "Wat is het nut van zo'n uitgebreide wegwijzer in onze achtertuin? Hier komt niemand die daar nood aan heeft." Hij mist de magie die er van uitgaat. Hij is voorstander van de wegwijzer naast onze oprit te plaatsen.
Ik stop nu met schrijven en ga de was ophangen, ben ik meteen tien meter dichter bij mijn geliefde Noorwegen. Dat weet ik dankzij onze wegwijzer!


maandag 12 september 2011

Feuilleton “Stoelendans” of liefde in elf stoelen (geschreven en geschilderd)



Hoofdstuk 1: De Cowboystoel en mijn lief
Toen ik hem voor het eerst zag; de stoel - niet mijn lief, was hij donkerbruin, vernist eikenhout met een kapotte rieten zitting en danig getekend door ’t leven op een studentenkot. Er lag een meter oude kranten op en voor de rest had de stoel geen andere functie dan stof vangen.
De kranten verhuisden niet mee toen we gingen samenwonen maar de stoel wel. Ik zaagde uit een plank een nieuwe zitting. Verfde de stoel groen.
Kleur van de hoop, bijgelovig zoals iedereen in het begin van een relatie.
En ik zette een speels thema op de zitting dat verwees naar de gelukkige kindertijd waarover mijn lief, nu hij dertig geworden was, niet kon zwijgen.
"De deur van de speelkamer die mijn jeugd was, is gesloten" (dixit hijzelf)
De Cowboys en Indianen leven verder op de zitting van zijn stoel.


Hoofdstuk 2: Rozen en Lavendel, mijn stoel

Mijn tweede stoel stond in de uitverkoop van IKEA-etalagemateriaal. Een waaierstoel met zachte vormen. Beuk. Zacht gepolierd, heel aangenaam om te voelen en te zien. Maar de stoel stond niet zomaar spotgoedkoop, want ze was ‘onverkoopbaar’ wegens toonzaalmodel en vol gekleefd met stickers en plastiek haakjes omdat die stoel ergens in de lucht opgehangen was met nylon koorden en vol prijskaartjes en andere info.
Voor een bijzonder klein bedrag werd de stoel de mijne en ik wist meteen wat ik ermee zou doen. Lila en lavendel, mijn lievelingskleuren gecombineerd met rozen als tegengewicht voor al dat groen cowboy- en indianengeweld aan tafel (en ook omdat ik graag op rozen zit.)
Hoofdstuk 3: de Zalmtrap
De zalmtrap. Ik kocht bij IKEA zoals anderhalfmiljoen andere Vlamingen hét keukentrap/krukje en besloot het blauw te schilderen en te versieren met zalmen die van het onderste trapje naar het bovenste springen, een echte zalmtrap indachtig. 't Feit dat ik in Japan de vissen heb leren schilderen moet verklaren waarom ze meer op karpers dan op zalmen gelijken.
Het werd het stoeltje voor de badkamer om vooral kleren op te gooien en af en toe eens op te staan om iets als de krultang of zo van de hoogste plank te nemen.
Hoofdstuk 4: De pyjama-stoel van Linus
Mijn lief en ik kregen een zoontje. Ik de pijn, hij de sterke verhalen. Klassiek. En dat zoontje kreeg een pyjama uit Zuid-Afrika, een handgeschilderde pyjama waar hij gek op was. Hij droeg die dag en nacht, letterlijk. Het was dan ook een zeer mooie pyjama. Maar toen kwam de dag dat hij er niet meer in paste. Het was ongeveer die tijd dat hij ook niet meer in de hoogzitter kon zitten en dus op een echte stoel wou zitten. Hij kreeg een stoel uit IKEA een gewone, onbewerkte grenen houten stoel. Om hem te troosten omwille van die pyjama, schilderde ik de prent van de pyjama op de stoel.
(Met behulp van kalkpapier want het moest identiek zijn en de pyjama-schilder had een vlotter talent dan ik.)

Hoofdstuk 5: Het roze ballet-stoeltje van Tilia
Ik zat bij een sympathieke vriendin in de auto. Naast de glascontainer niet ver van haar huis zag ik een zeer elegant stoeltje staan. Ik dacht om er later met mijn eigen auto om te rijden. We zaten in haar auto dus ik durfde niets zeggen. Maar ze zag de blik in mijn ogen en het kwijl dat nog net niet van mijn kin liep. Ze kende me, remde, laadde de stoel in en zette me thuis af. Ik schuurde de vernis eraf en daarna verfde ik de stoel roze. Mijn lief en ik hadden ondertussen een meisje erbij. Het was nog een piepklein meisje maar ze verslond alle boekjes die ze kon vinden over elfjes. Ze deed ook zelf ballet. Dus de stoel kreeg vanzelf zijn invulling.

Hoofdstuk 6: De boomstronk-tuinwandeling-stoel van Marit
In de kringloopwinkel kocht ik voor vijf euro een hoge stoel, vijf jaar nadat ik onze vorige hoge stoel royaal met al ons ander babymateriaal had uitgedeeld aan andere beginnende ouders. Onverwacht kregen we Marit erbij. Een dochtertje alweer. Dit keer geen roze en elfjes maar een zeer onderzoekende durfal die gek is van de tuin, eendjes en boomstronken (om mee rond te zeulen en op te klauteren).
De stoel werd dus een ontdekkingstocht in de tuin. Bloemen, eendjes, boomstronken en een eendevijver.

Hoofdstuk 7: Het rode Oostenrijk stoeltje
In de kringloopwinkel zag ik een stoeltje. Het was te koop voor maar drie euro. Ik kocht het niet. Maar na vijf bezoeken aan de kringloopwinkel (ik kringloopwinkel nogal frequent), begon het steeds harder te schreeuwen naar me. Ik kocht het uiteindelijk, alleen maar daarom. Ik nam het mee naar huis.
"Men moet toch een extra stoel hebben voor als er bezoek komt"
De stoel was rood maar nogal afgesleten. Ik kreeg bezoek - een vriendin die haar hart kwam luchten - op het stoeltje. Het hield niet op. Een andere vriendin zei, "Zorg dat je huis geen huisje van Oostenrijk wordt". Dat betekent dat je 'klagers' aantrekt, verklaarde ze. Ik verfde de stoel glanzend rood omwille van zijn eigen karakter (dat schreeuwen naar me in de winkel) en schilderde er Oostenrijkse motieven op. (dat is een grapje tussen de stoel en mezelf wanneer er iemand een potje komt klagen.)
 Hoofdstuk 8: De schrijfstoel
Alweer de kringloopwinkel. Ik zag een broer of zus van het rode Oostenrijk-stoeltje. Ik wou het hebben want ik gebruikte nu vaak het Oostenrijkstoeltje om aan mijn schrijftafel in de woonkamer te zitten en dat rood was te geweldig in de anders zo rustige bleke ruimte.
(Ik zei al dat het stoeltje nogal schreeuwerig is).

Die broer of zus-stoel was ecru geverfd. Dus dat scheelde al wat schilderwerk dacht mijn praktische 'ik' die zeer zelden aanwezig is. Vooral bij aankopen.
De stoel kwam bij de schrijftafel te staan en tot grote opluchting zag mijn creatieve 'ik' die graag haar stempel zet op alles, dat de verf toch wat afgesleten was en niet op een artistiek verantwoorde manier. Dus toch schilderen! Het werd wit en eigenlijk zonder veel denkwerk kwamen er wat roosjes op. Zomaar, omdat ik graag op rozen zit.
 Hoofdstuk 9: De vijverstoel

Omdat één stoel wat weinig is om bezoek te ontvangen nam ik naast het Rode Oostenrijk stoeltje ook nog een andere stoel. In de Ikea kocht ik een onbewerkt grenen stoel. Dat zijn de beste. Geen schuurwerk en het hout absorbeert de verf goed. Je kan er echt schilderijtjes op maken. En dat werd het ook. Een schilderijtje van mijn vijver in de tuin. Omdat mijmeren bij de vijver zo fijn is en ik dat mijn vrienden graag eens cadeau doe, zo'n wonderbaarlijke moment: Zet u! 

Hoofdstuk 10: De druppelstoel

Net zoals de Oostenrijkse rode stoel was deze druppelstoel een stoel die ik week na week zag in de kringwinkel. De prijs was een euro (1 Euro!) En ze bleef maar staan. Zwarte poten en grijs uitgeslagen rotan. Niemand wou haar. Ze was het grijze muistype. Ik controleerde op schade maar zag, behalve vergrijzing niets ernstig. Thuis viel me voor het eerst de druppelvorm op. En toen zag ik wat ze miste: een kleur die paste bij de vorm. Het werd Aqua. Tiens! 

Hoofdstuk 11: Het muntgroene stoeltje.
In de al dikwijls vernoemde en nog meer bezochte kringwinkel zag ik alweer een gedrocht dat niet verkocht raakte. Al een paar weken stond het daar glimmend donkerbruin saai te wezen en niet te verroeren. Twee en een halve euro. Ik zag dat de stoel handgemaakt was (waauw!) en hoogstwaarschijnlijk door een peetje met een scheef trottoir. De voorpoten waren korter dan de achterpoten. Een bijzonder oncomfortabele stoel dus. Bij de kassa keek de verkoper me bijzonder meewarig aan. Ik krijg die blik vaak wanneer ik weer van die onmogelijk lelijke dingen koop. Hij zei: "Heb je iemand thuis die de poten  voor je gelijk kan zagen?" "Ik zei naar waarheid: "Nee" want zagen dat doe ik zelf. Letterlijk en figuurlijk, ik heb daar niemand voor nodig. En toen zei die verkoper: "Weet je wat? Je krijgt hem gratis." Thuis zaagde ik de poten af tot een klein stoeltje, zoals de Turkse Munttheedrinkers die hebben. Ik schilderde de stoel muntgroen (evident!) met een roosje omdat ik graag op rozen zit en dit is nu mijn stoeltje dat ik bijschuif als de zetels vol visite zitten.